KNAW

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Sterke daling leerlingen basisscholen in landelijk gebied

Hans Elshof (NIDI en RUG)

De komende tien jaar staat het landelijk gebied van Nederland voor een forse daling van het aantal leerlingen. Tot 2022 daalt het aantal kinderen van 4 tot en met 11 jaar in het landelijk gebied met 22 procent, terwijl in het stedelijk gebied geen daling voorkomt.

Het totaal aantal kinderen in de basisschoolleeftijd zal afnemen van 1,56 miljoen in 2012 naar 1,44 miljoen in 2022 (zie figuur 1). Een daling van ongeveer 8 procent, die dus uitsluitend voor rekening komt van het landelijk gebied. Na 2022 zal het aantal leerlingen overal weer wat aantrekken, maar het is niet waarschijnlijk dat het totaal aantal leerlingen ooit weer op het huidige niveau zal komen, voor het landelijk gebied lijkt dit zelfs uitgesloten.

Figuur 1. Ontwikkeling van het aantal kinderen in de leeftijdsgroep 4 tot en met 11 jaar naar stedelijkheid, 2012-2040

Figuur 1. Ontwikkeling van het aantal kinderen in de leeftijdsgroep 4 tot en met 11 jaar naar stedelijkheid, 2012-2040

Bron: PBL/CBS regionale demografische prognose 2013-2040

 

De dip van 2022 maakt onderdeel uit van een trend waarin zich in het aantal basisschoolleerlingen een golvende bewegingen voordoet. De oorzaak hiervoor ligt bij de na-oorlogse babyboom, die gevolgd werd door een scherpe daling van het aantal geboorten in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. In de jaren negentig werden veel babyboomers zelf ouder, waardoor het aantal geboorten weer toenam. Aan het begin van deze periode bereikte het aantal geboorten zijn piek. Op dit moment zitten we midden in de daling die in feite een weerspiegeling is van de periode na de babyboom. De klap van de leerlingendaling komt echter het hardste aan in het landelijk gebied, omdat jongeren al jaren van het platteland naar de stad trekken en hun kinderen dus ook elders krijgen. Rond 2020 zullen de kleinkinderen van de babyboom-generatie langzaamaan in de vruchtbare leeftijd komen, wat dan weer een stijging van het aantal leerlingen tot gevolg zal hebben in zowel landelijk als stedelijk gebied.

De daling van het aantal kinderen van 4 tot en met 11 jaar is niet gelijk over de regio’s verdeeld. Noord-Nederland krijgt te maken met een zeer forse leerlingendaling, terwijl in West-Nederland er nauwelijks sprake is van een daling (zie figuur 2). Dit valt te verklaren door de verschillen in stedelijkheid tussen de landsdelen. In de figuren 3 a tot en met d, waarin de ontwikkeling is opgedeeld naar landsdeel én stedelijkheid, zien we dat in alle landsdelen de leerlingendaling aan het landelijk gebied valt toe te schrijven. Vooral in Noord- en Oost Nederland bestaan grote gaten tussen het stedelijk en landelijk indexcijfer in 2040. Doordat Noord-Nederland meer landelijke gemeenten telt komt het totaal van dit landsdeel op een lager niveau uit dan andere landsdelen. In West-Nederland daalt het leerlingental in de landelijke gebieden op een gelijksoortige wijze als in het noorden en oosten, maar hier is het effect op het totale cijfer door het grote aantal stedelijke gemeenten kleiner. Opvallend is verder dat Zuid-Nederland in vergelijking met de andere landsdelen in het stedelijk gebied geen stijging van het aantal kinderen van 4 tot en met 11 jaar kent, maar ook een minder sterke daling van dit aantal in het landelijk gebied. In Zuid-Nederland zijn de verschillen tussen stedelijke en landelijke gebieden dus veel kleiner dan in de andere landsdelen.

Figuur 2. Ontwikkeling van het aantal kinderen in de leeftijdsgroep 4 tot en met 11 jaar per landsdeel, 2012-2040

Figuur 2. Ontwikkeling van het aantal kinderen in de leeftijdsgroep 4 tot en met 11 jaar per landsdeel, 2012-2040

Bron: PBL/CBS regionale demografische prognose 2013-2040

 

Figuur 3. Ontwikkeling van het aantal kinderen in de leeftijdsgroep 4 tot en met 11 jaar per landsdeel naar stedelijkheid, 2012-2040

(a) Noord-Nederland

Figuur 3a. Ontwikkeling van het aantal kinderen in de leeftijdsgroep 4 tot en met 11 jaar naar stedelijkheid, Noord-Nederland, 2012-2040

(b) Oost-Nederland

Figuur 3b. Ontwikkeling van het aantal kinderen in de leeftijdsgroep 4 tot en met 11 jaar naar stedelijkheid, Oost-Nederland, 2012-2040

(c) West-Nederland

Figuur 3c. Ontwikkeling van het aantal kinderen in de leeftijdsgroep 4 tot en met 11 jaar naar stedelijkheid, West-Nederland, 2012-2040

(d) Zuid-Nederland

Figuur 3d. Ontwikkeling van het aantal kinderen in de leeftijdsgroep 4 tot en met 11 jaar naar stedelijkheid, Zuid-Nederland, 2012-2040

Bron: PBL/CBS regionale demografische prognose 2013-2040

 

Samenvattend kunnen we stellen dat de ontwikkeling van het aantal kinderen van 4 tot en met 11 jaar duidelijk verschilt per landsdeel, en dat dit vooral wordt veroorzaakt door de verhouding tussen stedelijke en landelijke gebieden binnen de landsdelen. Toekomstige leerlingendaling is dus vrijwel uitsluitend een plattelandsprobleem.


 

Hans Elshof (2014), Sterke daling leerlingen basisscholen in landelijk gebied. NIDI-Webartikel 2014-01, april 2014. [www.nidi.nl/nidi-webart-2014-01]


 

NIDI-Webartikel

Gerelateerde artikelen



Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken