DEMOS
=Jaargang 16
=Februari 2000

Nummer  Inhoud


  Vorige artikel Volgende artikel






=Bulletin
=over
=Bevolking
=en
=Samenleving


NIDI

=Een uitgave
=van de
=Stichting
=Nederlands
=Interdisciplinair
=Demografisch
=Instituut



E-mail: demos@nidi.nl


ISSN 0169-1473
De schaarste van water

HARRY BRONSEMA EN KÈNE HENKENS
Forum buigt zich over watercrisis

Van 17 tot 22 maart van dit jaar wordt in Den Haag het Second World Water Forum gehouden. Onder voorzitterschap van Kroonprins Willem Alexander zullen honderden ‘waterspecialisten’, politici, ministers en andere topfunctionarissen uit de hele wereld zich buigen over de watercrisis die ons allemaal bedreigt. De mens is voor zijn voortbestaan totaal afhankelijk van water. Schoon zoetwater is nu echter in veel landen al een schaars goed. Het Forum zal bezien of er over 25 jaar voor iedereen voldoende schoon water beschikbaar kan zijn.

Zonder water is geen leven mogelijk. Het leven op aarde ontstond waarschijnlijk in water. Water levert ons energie en voedsel, we drinken het, we bestaan voor een zeer groot deel uit water, we zwemmen en duiken in water, we varen, lopen, schaatsen en skiën erop, we wassen onszelf en onze spullen ermee, we maken er ruzie over, water verwarmt ons en brengt verkoeling en we doen het in de wijn. Gebrek aan (schoon) water leidt tot ziekte en dood. Tallozen zijn voor hun voedsel rechtstreeks afhankelijk van de visvangst en dus van water. Water beïnvloedt ons klimaat, de temperatuur op aarde en is onmisbaar voor het in stand houden van flora en fauna. Onze industriële productieprocessen en onze landbouw zijn afhankelijk van water. Fabricage van één auto kost gemiddeld zo'n 6.000 liter water.

Welvaart

De geschiedenis van Nederland wordt voor een belangrijk deel bepaald door de manier waarop met het water werd omgegaan. De organisatie van onze samenleving is er mede op gebaseerd. Nederlanders hebben het steeds maar weer dreigende water aardig naar hun hand weten te zetten. Dat is heel anders in bijvoorbeeld Bangladesh, een land waarmee Nederland zich altijd verbonden heeft gevoeld omdat men ook daar een hoge bevolkingsdichtheid moet combineren met de dreiging van het water. Bij de overstromingen van 1998 stond driekwart van het land onder water.

Mensen wonen ondanks de dreiging al van oudsher aan water. Oude beschavingen ontstonden in de buurt van water, zoals in het gebied tussen de Eufraat en de Tigris en in het oude Egypte langs de Nijl. Veel steden liggen aan een rivier of aan zee, meestal vanwege het economische belang van de gekozen plek. Dat gold zeker ook voor Nederland. Amsterdam werd in de zeventiende eeuw een welvarende stad als haven voor de schepen van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) en Rotterdam werd de grootste haven ter wereld, maar ook meer landinwaarts ontstonden veel welvarende steden aan de grote rivieren.

Welvaart en beschikbaarheid van water zijn dus van oudsher met elkaar verbonden.

Hoeveelheid water

De totale hoeveelheid water op aarde wordt geschat op 1,4 miljard kubieke kilometer (een km3 is gelijk aan een miljard m3). Dat is voldoende om de Verenigde Staten van Amerika met 150 km water te bedekken. Van alle water op aarde is 'slechts' 2,5 procent zoetwater. Daarvan bevindt 69 procent zich in gletchers of in een permanente sneeuwlaag, is 30 procent grondwater, bevindt 0,3 procent (93.000 km3) zich in meren en rivieren en is 0,9 procent onder meer waterdamp, permafrost, grondijs en bodemvocht (zie figuur). Om een idee te krijgen van de hoeveelheid water die er jaarlijks maximaal beschikbaar is voor consumptie en industriële doeleinden moeten we niet kijken naar de voorraden zoetwater op aarde, maar naar de mate waarin deze voorraden jaarlijks worden ververst. Door deze waterkringloop valt er wereldwijd jaarlijks 113.000 km3 water als regen of sneeuw op het land. Daarvan verdampt 72.000 km3. Blijft over 41.000 km3 zoetwater, waarvan gemiddeld 13.500 km3 zich in Azië bevindt en 12.000 km3 in Zuid-Amerika. De geringste hoeveelheid is jaarlijks beschikbaar in Australië en de rest van Oceanië (2.400 km3) en Europa (2.900 km3). Van al dat water stroomt echter meer dan de helft ongebruikt onder meer via de rivieren in de oceanen - veel grote rivieren stromen ver van de grote stedelijke agglomeraties - en een achtste deel valt op voor de mens moeilijk toegankelijke plekken. En het transporteren van water is zeer kostbaar. Geschat wordt dat maximaal tussen de 9.000 en de 14.000 km3 zoetwater per jaar echt beschikbaar is. Een belangrijk deel daarvan wordt gebruikt om natuurlijke ecosystemen met daarin miljoenen dieren en planten in stand te houden.

Het water op aarde

Door de enorme bevolkingsgroei tussen 1970 en 1994 daalde de beschikbare hoeveelheid water per persoon per jaar van 12.900 tot 7.600 m3. De grootste daling vond plaats in Afrika (met 64,3 procent), dan volgt Azië (50 procent) en Zuid-Amerika (41,2 procent). In Europa was sprake van een daling met 16 procent.

Schaarste

Schoon zoetwater is schaars. Nu al beschikken 1,4 miljard mensen in 30 landen over te weinig schoon water om optimaal in hun behoefte te kunnen voorzien. Dat is een vijfde deel van de wereldbevolking. Verwacht wordt dat in 2025 al 2,3 miljard mensen in 50 landen, bijna eenderde deel van de wereldbevolking, geen toegang tot schoon water zullen hebben, als er tenminste niets gebeurt. Het aantal doden als gevolg hiervan zal exponentieel gaan stijgen! Het aantal mensen dat met waterschaarste te maken krijgt groeit vooral in Afrika, het Midden-Oosten en Zuid-Azië.

De belangrijkste oorzaken van toenemende waterschaarste in de wereld zijn de bevolkingsgroei enerzijds en een toenemend gebruik per hoofd van de bevolking anderzijds.

Tussen 1940 en 1990 verdubbelde de wereldbevolking van 2,3 tot 5,3 miljard. Tegelijkertijd verdubbelde het watergebruik per hoofd van de bevolking van 400 tot 800 kubieke meter per jaar. Dat betekent dus meer dan een verviervoudiging van het jaarlijkse watergebruik over de hele wereld in een halve eeuw tijd. Voorspellingen van de toekomstige vraag naar water zijn lastig, niet alleen door de onzekerheid van bevolkingsprognoses, maar niet minder omdat het gemiddeld verbruik per hoofd van de bevolking moeilijk is te voorzien. De WHO schat dat voor consumptieve doeleinden (huishoudelijk gebruik) een mens gemiddeld minimaal 30 liter per dag nodig heeft. De hoeveelheid neemt sterk toe met het welvaartspeil van een land. Zo bedraagt het gemiddeld gebruik in Nederland per hoofd van de bevolking circa 135 liter (eenderde van deze hoeveelheid dient voor toiletspoeling!). Een veelvoud van deze hoeveelheid is nodig om aan de vraag van de landbouw (naar schatting zo’n 80 procent van het totale verbruik, meest voor irrigatiedoeleinden), industrie en energieproducenten te voldoen.

Uitgaande van een wereldbevolking van zes miljard mensen en 800 m3 water per hoofd van de bevolking zou het huidige watergebruik per jaar zo'n 4.800 km3 zijn. Komen er de komende halve eeuw nog drie à vier miljard mensen bij, dan betekent dat bij een gelijkblijvend gemiddeld verbruik per hoofd van de bevolking een stijging met 2.500 tot 3.332 km3 water per jaar.

Veel van het gebruikte water wordt verspild. Dat is bijvoorbeeld het geval bij zo’n 60 procent van het irrigatiewater, dat wegsijpelt uit het distributiesysteem of verloren gaat door verdamping. De gevolgen daarvan zijn erosie en verzilting van de bodem, waardoor de opbrengst van het geïrrigeerde land wordt verminderd. Ook inefficiënt watergebruik, vooral in de industrie, kost veel water.

Ziek door vervuiling

Eeuwenlang waren stromen en rivieren de plaats waar bij voorkeur het afvalwater werd geloosd. Dat was ook niet zo erg, tenminste zolang er nog relatief weinig mensen woonden en de industrie en de landbouw nog weinig ontwikkeld waren. Maar steden groeiden snel en de industrie en de landbouw ontwikkelden zich revolutionair. Nu hebben we al decennia lang te maken met een enorme watervervuiling, onder meer veroorzaakt door de gehanteerde landbouwmethoden (gebruik van pesticiden), lozing van afvalwater door de industrie, lekkage uit pijpleidingen en olietanks, mijnbouw en een niet of slecht functionerende riolering. De milieuramp in Centraal-Europa van half februari, waarbij cyanide in het water van de rivier de Tisza terecht kwam, is een recent voorbeeld.

Waterschaarste en vervuild water veroorzaken 3,35 miljard ziektegevallen en 5,3 miljoen doden ieder jaar, zo schat de VN. Mensen overlijden ten gevolge van ziekten die worden veroorzaakt door ontoereikende sanitaire voorzieningen en hygiënische omstandigheden en door het drinken van vervuild water. Op ieder moment is de helft van alle mensen in de Derde Wereld ziek, hetzij rechtstreeks ten gevolge van een infectie door de consumptie van verontreinigd water of voedsel, hetzij indirect door ziekteverwekkende organismen die in water hun eitjes leggen, zoals de malariamuskiet. Het gaat daarbij onder meer om diarree, infectie door parasitaire wormen, malaria, rivierblindheid (onchocerciasis) en oogbindvliesontsteking. De laatste aandoening alleen al is verantwoordelijk voor bijna zes miljoen gevallen van blindheid of andere ernstige complicaties per jaar. Cholera-epidemieën ten slotte eisen in de Derde Wereld iedere keer weer honderden slachtoffers en kosten honderden miljoenen dollar aan gederfd inkomen.

Spanningen en conflicten

De bevolking en de beschikbaarheid van zoetwater zijn erg ongelijk over de wereld verdeeld. In veel gebieden is water een schaars goed. Naarmate meer mensen het water moeten delen, is er per persoon minder water beschikbaar. China en Canada bijvoorbeeld hebben ruwweg dezelfde hoeveelheid water beschikbaar en hetzelfde landoppervlak. China heeft echter circa 40 keer zoveel inwoners, hetgeen betekent dat iemand in China zich moet zien te redden met minder dan drie procent van het water dat beschikbaar is voor elke Canadees.

Het beschikbare water moet vooral in veel ontwikkelingslanden tussen steeds meer mensen worden verdeeld, hetgeen onder meer de kans op conflicten vergroot. Veel landen hebben slechts beperkte toegang tot zogenaamde endogene of interne bronnen waaruit kan worden geput. Interne bron is al het water dat op het land of de regio zelf valt minus de hoeveelheid die weer verdampt. Deze landen zijn vaak aangewezen op exogene of externe bronnen: al het water dat via rivieren en dergelijke het gebied van buiten af binnenstroomt. Dit onderscheid is onder meer van belang wanneer in een land sprake is van schaarste en men tegelijkertijd afhankelijk is van de waterpolitiek van een ander land. Deze waterpolitiek kan invloed hebben op de hoeveelheid en de kwaliteit van het water dat voor een stroomafwaarts gelegen gebied beschikbaar is. Doordat stroomopwaarts water aan rivieren wordt onttrokken is stroomafwaarts minder water beschikbaar. Met alle gevolgen van dien: zo bevatten bepaalde meren daardoor steeds minder water, daalt het grondwater soms tientallen meters doordat teveel water wordt opgepompt en stroomt in droge periodes door bepaalde rivieren bijna louter afvalwater.

Internationale aspecten spelen ook een rol bij wateroverlast doordat rivieren en kanalen het binnenstromende water niet kunnen verwerken en bij vervuiling van binnenwateren doordat in het buitenland slordig met het milieu werd omgesprongen. Vervuiling en gebrekkig waterbeheer kunnen ernstige overlast veroorzaken in naburige landen.

De Verenigde Naties heeft een groot aantal rivieren geïnventariseerd waarover internationale conflicten kunnen ontstaan. Meer dan 200 rivieren en meren grenzen aan twee of meer landen. Ten minste tien rivieren stromen door zes of meer landen. Nu reeds bestaan spanningen tussen Turkije, Syrië en Irak over de verdeling van water uit de Eufraat en de Tigris. Israël, Jordanië en de Palestijnen hebben onenigheid over het water uit de Jordaan. De Nijl vormt een voortdurende bron van spanning tussen Egypte, Soedan en Ethiopië. India en Bangladesh strijden om de Ganges. Met een toenemende bevolkingsdruk vormen grotere regionale spanningen een substantieel gevaar. Hoewel een groot aantal landen reeds afspraken maakt over verdeling van het beschikbare water is een gecoördineerd management van de internationale watervoorraden nog steeds eerder uitzondering dan regel.

Ontwikkeling

Verwacht wordt dat water deze eeuw meer dan ooit de meest schaarse natuurlijke hulpbron voor de voedselproductie en menselijke consumptie wordt. Watertekorten kunnen de economische ontwikkeling van een land ernstig belemmeren. Om bij een toenemende vraag de watervoorziening op peil te houden zullen forse investeringen nodig zijn: geld dat anders beschikbaar zou zijn voor de ontwikkeling van andere sectoren van de economie. De ontwikkeling van nieuwe technieken waardoor het waterverbruik kan worden beperkt is daarmee zeer urgent. Boeren zouden, zo schat het Worldwatch Institute, met 10-50 procent minder water toe kunnen, de industrie met 40-90 procent en steden met een derde, zonder dat de kwaliteit van het leven wordt aangetast. Door een snelle bevolkingsgroei lopen landen echter het risico zich teveel te richten op de korte termijn waardoor voor oplossingen wordt gekozen die op de wat langere termijn negatief uitpakken. Een langzamere bevolkingsgroei kan een land de nodige ruimte en tijd geven om hun waterresources op een meer efficiënte wijze te leren gebruiken.

BRONNEN:
Diverse websites van instellingen als de VN, UNESCO, International Institute for Applied Systems Analyses (IIASA), World Health Organisation (WHO), Population Action International en het Worldwatch Institute
Donkers, Henk. Een theelepel voor de hele wereld. Waterschaarste bron van conflicten. In: Reflector, september 1998 (Reflector on line: www.malmberg.nl)

H.J. Bronsema en dr C.J.I.M. Henkens, NIDI


terug naar : INHOUD | REACTIES : demos@nidi.nl


Organization Netherlands Interdisciplinary Demographic Institute

P.O. Box 11650
2502 AR The Hague
The Netherlands

E-mail: info@nidi.nl
NIDI

========

Comments to: webmaster@nidi.nl

Copyright © 1998-2000, NIDI, Netherlands Interdisciplinary Demographic Institute.
Last revision: 3 March 2000.