DEMOS
=Jaargang 16
=April 2000

Nummer  Inhoud


  Vorige artikel Volgende artikel






=Bulletin
=over
=Bevolking
=en
=Samenleving


NIDI

=Een uitgave
=van de
=Stichting
=Nederlands
=Interdisciplinair
=Demografisch
=Instituut



E-mail: demos@nidi.nl


ISSN 0169-1473
Scheiding: wie en waarom?

ARIE DE GRAAF
‘Botsende karakters’ en ‘relatie met een ander’ belangrijke redenen

Het totaal aantal echtscheidingen is vanaf halverwege de jaren tachtig ongeveer gelijk gebleven. Uit onderzoek van het CBS blijkt dat de toename van het samenwonen vóór het huwelijk mogelijk een stabiliserende werking op het aantal echtscheidingen heeft gehad. Niet-gehuwd samenwonenden gaan veel sneller uit elkaar en onder de gehuwden zijn het vooral de hoger opgeleide vrouwen die hun verbintenis niet meer zien zitten. Meer dan de helft geeft als reden dat de karakters van beide partners botsen. Ook vreemd gaan is een belangrijke reden. Problemen als verslaving en mishandeling worden vooral door vrouwen genoemd.

De laatste 20 jaar fluctueert het aantal echtscheidingen rond 30 duizend per jaar (figuur 1). Het aantal relatieontbindingen van niet-gehuwd samenwonenden is ongeveer even hoog. Doordat het aantal mensen dat niet-gehuwd samenwoont (bijna 1,4 miljoen) lager is dan het aantal gehuwden (bijna zeven miljoen), kan worden geconcludeerd dat de kans op een relatieontbinding bij niet-gehuwd samenwonenden hoger is dan bij gehuwden, vooral bij een korte relatieduur.

Echtscheidingen 1950-1999

Invloed samenwonen

Mogelijk kan de stabilisatie van het aantal echtscheidingen door de opkomst van het ongehuwd samenwonen worden verklaard. Het aantal gesloten huwelijken waarbij eerst werd samengewoond, is de afgelopen decennia explosief gestegen van drie procent in de jaren zestig tot 85 procent medio jaren negentig.

Paren die vóór ze trouwden eerst samenwoonden, lopen een grotere kans op een echtscheiding dan paren die direct in het huwelijksbootje stappen. Het blijkt echter dat naarmate in verhouding meer mensen voor het huwelijk samenwoonden de echtscheidingskans van paren die hebben samengewoond, afneemt. Figuur 2 laat zien dat de kans op echtscheiding van gehuwden die hebben samengewoond aan het dalen is, terwijl de kans op echtscheiding van gehuwden die niet hebben samengewoond licht stijgt.

Een mogelijke verklaring daarvoor is de gewijzigde samenstelling van de groep die eerst gaat samenwonen. De samenwonenden waren voorheen een selecte groep met een meer progressieve levensovertuiging en een tolerante houding ten opzichte van het verbreken van een relatie. Naarmate het samenwonen een meer normaal verschijnsel werd, werd de groep echter steeds minder select. Een andere verklaring is dat het ongehuwd samenwonen meer als een proefperiode is gaan werken. De minst stabiele relaties zijn al voordat het tot een huwelijk is gekomen uit elkaar gegaan. Pas als een relatie duurzaam is gebleken en vaak pas als gedacht wordt aan gezinsuitbreiding besluit men te trouwen.

Percentage echtscheidingen binnen 13 jaar

Samenwoners sneller uit elkaar

Niet-gehuwd samenwonenden gaan veel sneller uit elkaar dan gehuwde paren. Zo is vijf procent van de vrouwen die in de jaren zeventig op 20-24-jarige leeftijd trouwden binnen acht jaar gescheiden en woont van de vrouwen die in dezelfde periode op 20-24-jarige leeftijd gingen samenwonen 20 procent binnen acht jaar niet meer samen. Vooral kort na het begin van de samenwoning of het huwelijk zijn de verschillen tussen gehuwde en samenwonende paren vrij fors. Tussen de 10 en de 15 procent van de niet-gehuwde vrouwen die gingen samenwonen op 20-24-jarige leeftijd heeft binnen drie jaar de relatie verbroken. Van de gehuwde vrouwen is binnen drie jaar één à zeven procent gescheiden. Bij paren die in de jaren tachtig en negentig zijn gaan samenwonen, zijn de verschillen met gehuwden kleiner dan bij samenwoners in de jaren zeventig. Vooral bij een relatief lange relatieduur zijn de verschillen tussen samenwoners en gehuwden niet zo groot.

Meer school, meer scheiding

Tabel 1 laat zien dat in verhouding meer vrouwen met een hoog opleidingsniveau hun relatie verbreken dan lager opgeleide vrouwen. Dit geldt zowel voor vrouwen geboren in de periode 1945-1954 als voor vrouwen die tien jaar later op de wereld werden gezet.

Tabel 1. Percentage gescheidenen 1)  naar opleidingsniveau

Geboorteperiode Mannen Vrouwen
1945-1954
laag 25 18
middelbaar 26 19
hoog 26 23
1955-1964
laag 20 15
middelbaar 21 15
hoog 21 22
1) Leeftijd bij huwelijk 20-24 jaar
Bron: CBS, Onderzoek Gezinsvorming 1998

Voor een deel heeft dat te maken met de grotere economische zelfstandigheid van hoger opgeleide vrouwen. Deze heeft niet alleen invloed op de relatievorming (hoger opgeleide vrouwen gaan later samenwonen en trouwen) maar ook op de relatieontbinding. Daarnaast zal een verschillende achtergrond van de partners mogelijk het welslagen van de relatie in de weg staan. Dat is in het bijzonder het geval wanneer de vrouw hoger is opgeleid dan de man. Als de man hoger is opgeleid dan de vrouw zal dit in het algemeen samengaan met een traditionele rolverdeling, en zal het huwelijk daardoor mogelijk langer stand houden. Gelijkheid in opleidingsniveau stelt de partners in staat een gezamenlijke leefstijl te ontwikkelen hetgeen vaak de relatie ten goede komt. Een derde verklaring waarom hoog opgeleide vrouwen een hogere echtscheidingskans hebben dan laag opgeleide vrouwen kan te maken hebben met het al dan niet hebben van kinderen. Hoger opgeleide vrouwen stellen de geboorte van het eerste kind uit en zijn daardoor langer kinderloos dan laag opgeleide vrouwen. De echtscheidingskans onder kinderloze paren is twee keer zo hoog als onder paren met kinderen.

Reden voor scheiding

Waarom besluiten mensen tot een echtscheiding of om uit elkaar te gaan? In het Onderzoek Gezinsvorming 1998 van het CBS is dit gevraagd aan mannen en vrouwen die hun relatie hebben verbroken. De meeste mensen noemen meer redenen voor het uit elkaar gaan.

Zoals blijkt uit tabel 2 noemt zowel bij de mannen als bij de vrouwen meer dan de helft het niet meer goed met elkaar kunnen praten en/of het botsen van de karakters een belangrijke reden voor de (echt)scheiding. ‘Een relatie met een ander’ wordt relatief vaak als reden van de relatiebreuk genoemd. Zowel bij gehuwde mannen als bij gehuwde vrouwen gaat het om meer dan eenderde. Mannen die samenwoonden noemen deze reden minder vaak dan mannen die getrouwd waren. Dat is vooral het geval bij hoogopgeleide mannen. Blijkbaar hebben zij een relatie die op dit gebied toleranter is dan gehuwde paren. Eén op de vier mensen zegt dat seksuele problemen reden waren om te scheiden.

Tabel 2. Redenen die een belangrijke rol speelden bij relatie-ontbinding (%)

Echtscheiding Uit elkaar gaan van niet-gehuwd samenwonenden
Mannen Vrouwen Mannen Vrouwen
-konden niet meer goed met elkaar praten 59 64 52 55
-de karakters botsten 57 56 54 51
-er waren seksuele problemen 24 29 14 20
-toekomstplannen waren onverenigbaar 27 34 39 45
-hadden onenigheid over het krijgen van kinderen 8 9 8 14
-er waren financiële problemen 14 24 9 18
-er waren verslavingsproblemen 5 20 5 18
-één van ons had een relatie met een ander 37 35 27 31
-andere redenen die (ook) een belangrijke rol speelden 29 34 32 19
waaronder
-op elkaar uitgekeken 5 5 10 8
-sociale verschillen 4 3 4 6
-lichamelijke of geestelijke problemen 6 3 4 4
-werksituatie 4 1 3 2
-te jong relatie aangegaan 1 2 1 3
-familie/kinderen 1 2 1 3
-mishandeling - 7 - 4
Bron: CBS, Onderzoek Gezinsvorming 1998

Probleemsituaties worden veel minder vaak genoemd. Opvallend is wel dat vrouwen, in het bijzonder laagopgeleiden, vaker financiële problemen en verslaving als reden noemen dan mannen. In hoeverre die problemen betrekking hebben op de vrouw of op de man kan niet uit het onderzoek worden afgeleid. Wel mag worden verondersteld dat verhoudingsgewijs meer vrouwen dit soort problemen zien als een aantasting van hun relatie omdat het vaker de mannen zijn die financiële problemen hebben en/of verslaafd zijn. Voorts wordt mishandeling door de man door bijna één op de tien vrouwen als reden genoemd om uit elkaar te gaan.
Ten slotte geeft één op de tien hoogopgeleide mannen ‘lichamelijke of geestelijke problemen binnen de relatie’ aan als reden om te scheiden.
Niet-gehuwd samenwonenden noemen in grote lijnen dezelfde redenen voor het ontbinden van hun relatie als gehuwden. Een verschil is dat niet-gehuwden vaker zeggen dat onverenigbaarheid van hun toekomstplannen reden is voor het uit elkaar gaan en minder vaak dat seksuele problemen er aan ten grondslag liggen.

Literatuur
CBS, 1999, Vademecum gezondheidsstatistiek Nederland 1999. Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen.
Janssen, J.P.G., P. de Graaf en M. Kalmijn, 1999, Heterogamie en echtscheiding: een analyse van Nederlandse registergegevens 1974-1994. In: Bevolking en Gezin, 28, 1, blz. 59-89.

Drs. A. de Graaf, Centraal Bureau voor de Statistiek


terug naar : INHOUD | REACTIES : demos@nidi.nl


Organization Netherlands Interdisciplinary Demographic Institute

P.O. Box 11650
2502 AR The Hague
The Netherlands

E-mail: info@nidi.nl
NIDI

========

Comments to: webmaster@nidi.nl

Copyright © 1998-2000, NIDI, Netherlands Interdisciplinary Demographic Institute.
Last revision: 14 June 2000.