|
Inhoud
![]()
E-mail: demos@nidi.nl ISSN 0169-1473 |
Scheiding: wie en waarom?
ARIE DE GRAAF
‘Botsende karakters’ en ‘relatie met een ander’ belangrijke
redenen
Het totaal aantal echtscheidingen is vanaf halverwege de jaren tachtig ongeveer gelijk gebleven. Uit onderzoek van het CBS blijkt dat de toename van het samenwonen vóór het huwelijk mogelijk een stabiliserende werking op het aantal echtscheidingen heeft gehad. Niet-gehuwd samenwonenden gaan veel sneller uit elkaar en onder de gehuwden zijn het vooral de hoger opgeleide vrouwen die hun verbintenis niet meer zien zitten. Meer dan de helft geeft als reden dat de karakters van beide partners botsen. Ook vreemd gaan is een belangrijke reden. Problemen als verslaving en mishandeling worden vooral door vrouwen genoemd. De laatste 20 jaar fluctueert het aantal echtscheidingen rond 30 duizend per jaar (figuur 1). Het aantal relatieontbindingen van niet-gehuwd samenwonenden is ongeveer even hoog. Doordat het aantal mensen dat niet-gehuwd samenwoont (bijna 1,4 miljoen) lager is dan het aantal gehuwden (bijna zeven miljoen), kan worden geconcludeerd dat de kans op een relatieontbinding bij niet-gehuwd samenwonenden hoger is dan bij gehuwden, vooral bij een korte relatieduur. Invloed samenwonen Mogelijk kan de stabilisatie van het aantal echtscheidingen door de opkomst van het ongehuwd samenwonen worden verklaard. Het aantal gesloten huwelijken waarbij eerst werd samengewoond, is de afgelopen decennia explosief gestegen van drie procent in de jaren zestig tot 85 procent medio jaren negentig. Paren die vóór ze trouwden eerst samenwoonden, lopen een grotere kans op een echtscheiding dan paren die direct in het huwelijksbootje stappen. Het blijkt echter dat naarmate in verhouding meer mensen voor het huwelijk samenwoonden de echtscheidingskans van paren die hebben samengewoond, afneemt. Figuur 2 laat zien dat de kans op echtscheiding van gehuwden die hebben samengewoond aan het dalen is, terwijl de kans op echtscheiding van gehuwden die niet hebben samengewoond licht stijgt. Een mogelijke verklaring daarvoor is de gewijzigde samenstelling van de groep die eerst gaat samenwonen. De samenwonenden waren voorheen een selecte groep met een meer progressieve levensovertuiging en een tolerante houding ten opzichte van het verbreken van een relatie. Naarmate het samenwonen een meer normaal verschijnsel werd, werd de groep echter steeds minder select. Een andere verklaring is dat het ongehuwd samenwonen meer als een proefperiode is gaan werken. De minst stabiele relaties zijn al voordat het tot een huwelijk is gekomen uit elkaar gegaan. Pas als een relatie duurzaam is gebleken en vaak pas als gedacht wordt aan gezinsuitbreiding besluit men te trouwen. Samenwoners sneller uit elkaar Niet-gehuwd samenwonenden gaan veel sneller uit elkaar dan gehuwde paren. Zo is vijf procent van de vrouwen die in de jaren zeventig op 20-24-jarige leeftijd trouwden binnen acht jaar gescheiden en woont van de vrouwen die in dezelfde periode op 20-24-jarige leeftijd gingen samenwonen 20 procent binnen acht jaar niet meer samen. Vooral kort na het begin van de samenwoning of het huwelijk zijn de verschillen tussen gehuwde en samenwonende paren vrij fors. Tussen de 10 en de 15 procent van de niet-gehuwde vrouwen die gingen samenwonen op 20-24-jarige leeftijd heeft binnen drie jaar de relatie verbroken. Van de gehuwde vrouwen is binnen drie jaar één à zeven procent gescheiden. Bij paren die in de jaren tachtig en negentig zijn gaan samenwonen, zijn de verschillen met gehuwden kleiner dan bij samenwoners in de jaren zeventig. Vooral bij een relatief lange relatieduur zijn de verschillen tussen samenwoners en gehuwden niet zo groot. Meer school, meer scheiding Tabel 1 laat zien dat in verhouding meer vrouwen met een hoog opleidingsniveau hun relatie verbreken dan lager opgeleide vrouwen. Dit geldt zowel voor vrouwen geboren in de periode 1945-1954 als voor vrouwen die tien jaar later op de wereld werden gezet. Tabel 1. Percentage gescheidenen 1) naar opleidingsniveau
Bron: CBS, Onderzoek Gezinsvorming 1998 Voor een deel heeft dat te maken met de grotere economische zelfstandigheid van hoger opgeleide vrouwen. Deze heeft niet alleen invloed op de relatievorming (hoger opgeleide vrouwen gaan later samenwonen en trouwen) maar ook op de relatieontbinding. Daarnaast zal een verschillende achtergrond van de partners mogelijk het welslagen van de relatie in de weg staan. Dat is in het bijzonder het geval wanneer de vrouw hoger is opgeleid dan de man. Als de man hoger is opgeleid dan de vrouw zal dit in het algemeen samengaan met een traditionele rolverdeling, en zal het huwelijk daardoor mogelijk langer stand houden. Gelijkheid in opleidingsniveau stelt de partners in staat een gezamenlijke leefstijl te ontwikkelen hetgeen vaak de relatie ten goede komt. Een derde verklaring waarom hoog opgeleide vrouwen een hogere echtscheidingskans hebben dan laag opgeleide vrouwen kan te maken hebben met het al dan niet hebben van kinderen. Hoger opgeleide vrouwen stellen de geboorte van het eerste kind uit en zijn daardoor langer kinderloos dan laag opgeleide vrouwen. De echtscheidingskans onder kinderloze paren is twee keer zo hoog als onder paren met kinderen. Reden voor scheiding Waarom besluiten mensen tot een echtscheiding of om uit elkaar te gaan? In het Onderzoek Gezinsvorming 1998 van het CBS is dit gevraagd aan mannen en vrouwen die hun relatie hebben verbroken. De meeste mensen noemen meer redenen voor het uit elkaar gaan. Zoals blijkt uit tabel 2 noemt zowel bij de mannen als bij de vrouwen meer dan de helft het niet meer goed met elkaar kunnen praten en/of het botsen van de karakters een belangrijke reden voor de (echt)scheiding. ‘Een relatie met een ander’ wordt relatief vaak als reden van de relatiebreuk genoemd. Zowel bij gehuwde mannen als bij gehuwde vrouwen gaat het om meer dan eenderde. Mannen die samenwoonden noemen deze reden minder vaak dan mannen die getrouwd waren. Dat is vooral het geval bij hoogopgeleide mannen. Blijkbaar hebben zij een relatie die op dit gebied toleranter is dan gehuwde paren. Eén op de vier mensen zegt dat seksuele problemen reden waren om te scheiden. Tabel 2. Redenen die een belangrijke rol speelden bij relatie-ontbinding (%)
Probleemsituaties worden veel minder vaak genoemd. Opvallend is wel
dat vrouwen, in het bijzonder laagopgeleiden, vaker financiële problemen
en verslaving als reden noemen dan mannen. In hoeverre die problemen betrekking
hebben op de vrouw of op de man kan niet uit het onderzoek worden afgeleid.
Wel mag worden verondersteld dat verhoudingsgewijs meer vrouwen dit soort
problemen zien als een aantasting van hun relatie omdat het vaker de mannen
zijn die financiële problemen hebben en/of verslaafd zijn. Voorts
wordt mishandeling door de man door bijna één op de tien
vrouwen als reden genoemd om uit elkaar te gaan.
Literatuur
Drs. A. de Graaf, Centraal Bureau voor de Statistiek |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
Netherlands Interdisciplinary Demographic
Institute P.O. Box 11650 2502 AR The Hague The Netherlands E-mail: info@nidi.nl |
![]() |
![]()
Comments to: webmaster@nidi.nl
Copyright © 1998-2000, NIDI, Netherlands Interdisciplinary Demographic
Institute.
Last revision: 14 June 2000.