|
Inhoud
![]()
E-mail: demos@nidi.nl ISSN 0169-1473 |
Vrouwenbesnijdenis
Grote gezondheidsrisico’s
TINEKE FOKKEMA, CORINA HUISMAN EN NIENKE SMIDTMAN
Wereldwijd worden dagelijks duizenden vrouwen besneden, vooral in Afrika. Lang was het onderwerp taboe. Nog steeds is het een zeer gevoelig en delicaat onderwerp. Desondanks werd het op verscheidene internationale conferenties bespreekbaar gemaakt. Op de Vierde Internationale Vrouwenconferentie in Beijing in 1995 stond vrouwenbesnijdenis hoog op de agenda en ook op de Beijing+5 Vrouwenconferentie, die onlangs in New York werd gehouden, werden pogingen gedaan om nader tot elkaar te komen. Vrouwenbesnijdenis komt op grote schaal voor. De Verenigde Naties en haar Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) schatten het totaal aantal vrouwen dat op de wereld is besneden op niet minder dan 130 miljoen. Amnesty International gaat zelfs uit van 135 miljoen. Per jaar komen er naar schatting ruim twee miljoen bij. Dat is zo’n 6.000 per dag, 1 per 15 seconden. Verreweg de meeste besneden vrouwen, circa 110 miljoen, wonen in Afrika. In zeker 28 Afrikaanse landen gelegen tussen de evenaar en de kreeftskeerkring wordt vrouwenbesnijdenis stelselmatig toegepast (zie kaart). De landen buiten Afrika waar vrouwenbesnijdenis gebruikelijk is, liggen in Zuidoost-Azië (waaronder Indonesië, Sri Lanka en Maleisië) en op het Arabisch Schiereiland (Yemen, Oman en de Verenigde Arabische Emiraten). ![]() In de schaal waarop en de vorm waarin vrouwen worden besneden bestaan grote verschillen (zie kader 'De ingreep'). Zo wordt vrouwenbesnijdenis in Indonesië alleen uitgevoerd bij het moslimdeel van de bevolking en beperkt het zich hier tot de ‘mildste’ vorm. In landen in de Hoorn van Afrika (Egypte, Soedan, Eritrea, Djibouti, Ethiopië en Somalië) daarentegen wordt meer dan driekwart van de vrouwelijke bevolking besneden en een groot deel van hen ondergaat de meest ernstige vorm. Onbegrip Lange tijd was het absoluut ‘not done’ om openlijk over vrouwenbesnijdenis te spreken, laat staan het te bekritiseren. Hoewel het nu grotendeels uit de taboesfeer is verdwenen, blijft het nog steeds een zeer gevoelig en delicaat onderwerp. De voornaamste oorzaak hiervan is de diepe geworteldheid van deze praktijk in de cultuur van vele volkeren en de sterke concentratie ervan op het Afrikaanse continent. Het aankaarten van vrouwenbesnijdenis mondt hierdoor al snel uit in een algehele discussie over verschillen in cultureel gebruik, normen en waarden en in wederzijds onbegrip (zie kader 'Waarom besnijden'). De niet-praktiserende landen wuiven vrouwenbesnijdenis vaak eenvoudig weg als ‘barbaars en middeleeuws, een onzinnige en bizarre traditie, ontstaan uit de dominantie van mannen, die direct en overal verboden moet worden’. De praktiserende landen, aan de andere kant, beschouwen deze scherpe veroordeling veelal als misplaatste bemoeienis en een herhaald superioriteitsvertoon vanuit het westen. Bovendien vinden zij de ophef erover opmerkelijk gezien de vele vrouwelijke ‘rituelen’ in niet-Afrikaanse landen, zoals het levend verbranden van weduwen in India, het inbinden van de voeten van meisjes in China, borstvergroting en andere vormen van cosmetische chirurgie, piercing en het dragen van hoge hakken. Standpunten Dit alles heeft internationale gezondheidsorganisaties er echter niet van weerhouden om een duidelijk en unaniem standpunt tegen vrouwenbesnijdenis in te nemen: het is één van de meest ernstige vormen van geweld tegen vrouwen en kinderen, een schending van verscheidene universele mensenrechten (waaronder het recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid, lichamelijke zelfbeschikking en integriteit) en een gevaar voor de gezondheid en dient uit dien hoofde bestreden te worden. Zij spreken dan ook liever over genitale verminking in plaats van over vrouwenbesnijdenis. De laatste jaren is dit standpunt op tal van wereldconferenties geventileerd, waaronder de Tweede Wereldconferentie over Mensenrechten in Wenen in 1993, de Internationale Conferentie over Bevolking en Ontwikkeling in Cairo in 1994, de Vierde Internationale Vrouwenconferentie in Beijing in 1995, waar vrouwenbesnijdenis hoog op de agenda stond, en onlangs op de Beijing+5 Vrouwenconferentie te New York. Mede als gevolg hiervan werd op 25 oktober vorig jaar op initiatief van Nederland door de Verenigde Naties unaniem een resolutie aangenomen die alle landen oproept tot uitbanning van vrouwenbesnijdenis. Maar liefst 116 landen, waaronder ook veel Afrikaanse landen, hebben hun handtekening onder deze resolutie gezet. Hiermee is nu internationaal erkend dat geen enkele godsdienst, cultuur, traditie, overtuiging of gebruik vrouwenbesnijdenis rechtvaardigt. Gevolgen voor de gezondheid De schadelijke gezondheidseffecten die door de besnijdenis kunnen optreden, zijn talrijk. De mate en ernst hiervan hangen samen met het type ingreep. Hoe zwaarder de ingreep, des te groter en ernstiger zijn de gezondheidseffecten. Meestal worden daarbij psychische en lichamelijke gevolgen onderscheiden. Lichamelijke effecten kunnen optreden op korte termijn, dat wil zeggen op het moment van besnijden en direct daarna, op de lange termijn en tijdens de bevalling. Door hevige pijnen, bloedingen en angsten raken sommige meisjes tijdens en na de besnijdenis (blijvend) in een shocktoestand. Het kan zelfs zo erg zijn dat de ingreep niet wordt overleefd. Hoe vaak zich dit voordoet, is niet bekend. Dit geldt overigens voor alle gezondheidseffecten. Grootschalig medisch onderzoek naar vrouwenbesnijdenis staat nog in de kinderschoenen. Uit een studie in Egypte, enige jaren geleden, bleek dat daar jaarlijks circa 1.300 meisjes, dat wil zeggen één meisje op de 500 à 1.000 ingrepen, als gevolg van besnijdenis overlijden. Aangenomen mag worden dat in landen als Ethiopië, Soedan en Somalië de kans op een dodelijke afloop nog groter zal zijn. Immers, in deze landen zijn de hygiënische omstandigheden waaronder de besnijdenis wordt uitgevoerd slechter dan in Egypte en ondergaan meer meisjes de meest ernstige vorm. Veel meisjes lopen door de besnijdenis één of meer infecties op. Dat is niet verwonderlijk gezien de vaak slechte hygiënische omstandigheden bij de besnijdenis en tijdens het herstel, de niet of onvoldoende gereinigde instrumenten waarmee de ingreep wordt uitgevoerd, het grote wondgebied bij infibulatie (zie kader 'De ingreep') en de traditionele medicijnen die voor de genezing worden gebruikt. De meest voorkomende infecties zijn schimmelziekten, bloedvergiftiging en wondinfecties waaronder tetanus, een belangrijke oorzaak van kindersterfte in ontwikkelingslanden. In toenemende mate wordt ook op het gevaar van een HIV/aids-besmetting gewezen. De kans dat vrouwen dat virus tijdens de besnijdenis oplopen, wordt groot geacht, vooral doordat de besnijdenis vaak groepsgewijs plaatsvindt zonder (volledige) ontsmetting van het gebruikte instrument tussen de opeenvolgende behandelingen. De gezondheidsproblemen die besneden meisjes ondervinden, zijn niet alleen van tijdelijke aard. Op langere termijn kunnen zich diverse blijvende complicaties voordoen (zie kader 'Complicaties'). Zwangerschap Bij de ernstigste vorm van vrouwenbesnijdenis, infibulatie (zie kader 'De ingreep'), zijn complicaties tijdens de bevalling niet te voorkomen. Het weer openmaken van de aan elkaar vastgegroeide grote schaamlippen (defibulatie) is immers altijd noodzakelijk om het kind te kunnen baren. Hierdoor neemt de kans op bloedingen en infecties sterk toe. Heropening vlak voor de bevalling brengt verder een verhoogd risico op verwondingen en inscheuren met zich mee. Om maar niet te spreken over de gevolgen wanneer het heropenen geheel wordt nagelaten. In het ergste geval betekent dit de dood van de moeder en/of het kind. Het inschatten van het risico hierop is moeilijk. Wel blijkt de moeder- en kindersterfte in Afrika het hoogst te zijn in de landen waar vrouwenbesnijdenis wordt toegepast. Psychische gevolgen Over de psychische gevolgen van vrouwenbesnijdenis is nog minder bekend. Aangenomen mag worden dat de meisjes de gebeurtenis meestal niet snel zullen vergeten. En hoe ernstiger de ingreep, des te traumatischer de ervaring zal zijn. Mogelijke directe effecten van een dergelijke ervaring zijn: nachtmerries, angsten, gedragsstoornissen, het verlies van vertrouwen en geloof in zorgverleners en gevoelens van vernedering en verraad door de ouders in het algemeen en de moeder in het bijzonder. Op langere termijn kunnen vrouwen gaan leiden aan depressie, frigiditeit, chronische overgevoeligheid, gevoelens van incompleetheid en angsten voor onvruchtbaarheid, seksueel verkeer en de toestand van hun geslachtsdelen. Daarnaast kunnen vrouwen problemen gaan ondervinden op seksueel gebied. Immers, bijna alle vormen van vrouwenbesnijdenis houden gedeeltelijke of gehele verwijdering van de clitoris in, het belangrijkste seksuele gevoelsorgaan van de vrouw. De reproductieve organen blijven daarentegen intact. Het plezier dat vrouwen aan seks beleven zal hierdoor drastisch verminderen, terwijl het seksuele verlangen blijft bestaan. Vrouwenbesnijdenis in Nederland Jarenlang kwam vrouwenbesnijdenis in Noord-Amerika, Australië en Europa nauwelijks voor. Etnische conflicten en burgeroorlogen in diverse Aziatische en Afrikaanse landen veroorzaakten de afgelopen twee decennia echter een toenemende stroom asielzoekers naar deze continenten, en zij brengen hun eigen cultuur en gewoonten met zich mee. Zo heeft het fenomeen vrouwenbesnijdenis zich wereldwijd verspreid. Op welke schaal vrouwenbesnijdenis in Nederland voorkomt is niet bekend, evenmin als het aantal besneden vrouwen dat in Nederland verblijft. Uit recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat hier ongeveer 20.000 vrouwen wonen die afkomstig zijn uit landen waar vrouwenbesnijdenis van oudsher voorkomt, vooral uit Somalië, Ghana en Egypte. Onder hen bevinden zich circa 4.000 meisjes tussen de één en veertien jaar. Voor zover dat al niet is gebeurd, lopen deze meisjes een grote kans om besneden te worden. Als we er ruwweg vanuit gaan dat de helft van de meisjes wordt besneden, zullen naar schatting zo’n 8 à 9.000 in Nederland wonende vrouwen de ingreep hebben ondergaan, en lopen tussen de 1 en 2.000 meisjes het risico om hier te worden besneden. Aangezien asielzoekers en niet legaal in Nederland verblijvende vrouwen buiten deze cijfers vallen, dienen de gegeven aantallen als ondergrenzen te worden gezien. De feitelijke aantallen kunnen beduidend hoger liggen. Wettelijk verbod Veel westerse landen hebben met de komst van de vrouwenbesnijdenis hun wetgeving op dit terrein aangepast. In Nederland zijn alle vormen van vrouwenbesnijdenis sinds 1993 officieel verboden. Aan dit verbod ging een felle discussie vooraf over de vraag of de ‘mildste’ vorm van vrouwenbesnijdenis, een prik of een sneetje in de clitoris, eventueel onder medisch toezicht, geaccepteerd zou moeten worden. Het idee hierachter was dat deze vorm een alternatief zou bieden voor de ernstiger vormen van vrouwenbesnijdenis, waardoor die zouden worden uitgebannen. Toch werd de ingreep in welke vorm dan ook verboden, onder meer omdat de verschillen tussen de vormen van vrouwenbesnijdenis dermate groot en cultuurgebonden werden geacht dat de mildste vorm voor velen geen alternatief zal bieden. Voorts druist het toelaten van vrouwenbesnijdenis tegen alle Nederlandse wetten in en zou de overheid ook bij toelating van de mildste vorm verkeerde signalen aan de samenleving afgeven en de weg vrijmaken voor verdere discussies over het toelaten van de overige vormen. Als vrouwen in Nederland worden besneden, gebeurt dat dus in het geheim en wel of door een traditionele vroedvrouw uit het land van herkomst naar Nederland te laten komen of door de desbetreffende meisjes gedurende de zomervakantie terug te sturen naar familie in het geboorteland. Beide wegen worden in Nederland als mishandelingsdelict bestraft. Ouders die hun kinderen laten besnijden zijn strafbaar als zij er zelf aan meewerken of medeplichtig zijn; ouders die hun kinderen voor een besnijdenis naar het land van herkomst sturen, kunnen alleen worden vervolgd als zij de Nederlandse identiteit hebben. Drempel Het verbod op vrouwenbesnijdenis heeft ook enkele schaduwzijden. Voor mensen die vrouwenbesnijdenissen praktiseren en voor vrouwen die een besnijdenis hebben ondergaan, is het moeilijk om openlijk over dit onderwerp te praten. Ze zijn bang om gestigmatiseerd te worden. De drempel om met complicaties naar de hulpverlening te stappen wordt hierdoor hoger. Gebrek aan openheid en de illegale sfeer maken het erg moeilijk om zowel de dader als het slachtoffer te achterhalen. Vooral mensen die werkzaam zijn in de reguliere gezondheidszorg en de maatschappelijke dienstverlening worden geconfronteerd met vrouwenbesnijdenis. Huisartsen, gynaecologen en verloskundigen krijgen, met name tijdens de begeleiding van zwangerschappen en bevallingen, te maken met verzoeken om de aan elkaar vastgegroeide schaamlippen weer te openen (defibulatie) en met de lichamelijke complicaties van besnijdenissen. Een enkele keer wordt een gynaecoloog of verloskundige gevraagd om de schaamlippen (opnieuw) aan elkaar te naaien (herinfibulatie). Psychologen, psychiaters en maatschappelijk werkers worden daarentegen vooral met de psychologische gevolgen van vrouwenbesnijdenis geconfronteerd. School In toenemende mate worden ook leerkrachten geconfronteerd met de gevolgen van vrouwenbesnijdenis. Door de complicaties vertonen sommige meisjes afwijkend gedrag op school en in de klas, zoals het nemen van lange plaspauzes vanwege een moeizame urinelozing, structurele afwezigheid gedurende bepaalde perioden vanwege een te pijnlijke menstruatie, of niet willen sporten uit angst dat klasgenootjes hun littekens zullen zien of dat de wond weer openscheurt. Op school en in de omgang met klasgenootjes en vrienden zullen besneden meisjes in Nederland geconfronteerd worden met hun ‘anders zijn’, zoals wanneer ze leren over de werking van hun lichaam bij seksualiteit en gaan beseffen wat ze zijn kwijt geraakt door de besnijdenis, of wanneer ze verliefd worden op iemand buiten hun eigen gemeenschap. Deze ervaringen kunnen voor de desbetreffende meisjes concentratie- en leerproblemen tot gevolg hebben, naast de psychische problemen die ze al ondervinden ten gevolge van de besnijdenis zelf. Bestrijding Het mag duidelijk zijn dat vrouwenbesnijdenis een grootschalig, complex probleem vormt dat de universele rechten van de mens schendt en grote gezondheidsrisico’s voor vrouwen met zich meebrengt. Hoewel internationale gezondheidsorganisaties en een toenemend aantal regeringen in landen waar vrouwenbesnijdenis op grote schaal wordt gepraktiseerd, zich er tegen uitspreken, blijkt het moeilijk de jarenlange traditie daadwerkelijk uit te bannen. Wetgeving alleen is niet voldoende. Vrouwenbesnijdenis kan in de eerste plaats worden bestreden door de vrouwen bewust te maken van de ernstige lichamelijke en psychologische gevolgen ervan. Opleidingsniveau en specifieke voorlichting spelen daarbij een essentiële rol. Een hoger opleidingsniveau zal niet alleen leiden tot meer geletterdheid en meer kennis, maar ook tot meer mondigheid, zelfstandigheid en innovatief gedrag. Specifieke voorlichting over besnijdenis aan zowel vrouwen die de besnijdenis praktiseren of zelf hebben ondergaan als aan mensen die er zijdelings mee geconfronteerd worden, zal leiden tot een beter inzicht in het complexe probleem. Hierdoor zullen zij beter in staat zijn de motieven die aan de besnijdenis ten grondslag liggen te beoordelen en de gevolgen ervan te overzien. In de tweede plaats kan door het scheppen van meer openheid over vrouwenbesnijdenis de bewustwording worden vergroot. Alle betrokken partijen kunnen hun mening uiten en meer inzicht geven en krijgen in de verschillende standpunten. Dit zal de discussie over het onderwerp bevorderen en misverstanden uit de weg ruimen. Ten slotte zal, behalve meer openheid, ook meer onderzoek naar de omvang en gezondheidsrisico’s van vrouwenbesnijdenis een genuanceerder en objectiever beeld scheppen en zo de discussie ondersteunen. Het uitbannen van vrouwenbesnijdenis wordt door sommigen gezien als
verlies van cultuur. Elke cultuur verandert echter constant en hoewel de
ingreep in bepaalde samenlevingen zeker een belangrijke functie vervult,
zal verandering van één gewoonte daarom niet leiden tot een
algehele cultuuromslag. Gedragsverandering zal pas optreden wanneer mensen
zich dit realiseren en inzien dat vrouwenbesnijdenis een vrouwonvriendelijke
gewoonte is met vergaande gevolgen voor de gezondheid.
BELANGRIJKSTE BRONNEN: Amnesty International, Female Genital Mutilation: A Human
Rights Information Pack, [http://www.amnesty.org/ailib/intcam/femgen]
Dr. C.M. Fokkema, drs. C.C. Huisman en N. Smidtman, NIDI |
![]() |
Netherlands Interdisciplinary Demographic
Institute P.O. Box 11650 2502 AR The Hague The Netherlands E-mail: info@nidi.nl |
![]() |
![]()
Comments to: webmaster@nidi.nl
Copyright © 2000, NIDI, Netherlands Interdisciplinary Demographic
Institute.
Last revision: 1 August 2000.