DEMOS
=Jaargang 18
=Februari 2002

Nummer  Inhoud


  Vorige artikel Volgende artikel






=Bulletin
=over
=Bevolking
=en
=Samenleving


NIDI

=Een uitgave
=van de
=Stichting
=Nederlands
=Interdisciplinair
=Demografisch
=Instituut



E-mail: demos@nidi.nl


ISSN 0169-1473
Migranten: bruggenbouwers en geldschieters
Relaties in land van bestemming spelen centrale rol

INGRID ESVELDT EN GEORGE GROENEWOLD

De internationale migratie naar Europa is de afgelopen decennia enorm toegenomen. Meer inzicht in migratie is daarom volgens politici gewenst. Het NIDI onderzocht in opdracht van de EU hoe mensen uit de zuidelijke Mediterrane landen naar Europa migreren en welke functie migranten in Europa hebben voor de achterblijvers in de herkomstlanden. Familie of vrienden die al eerder zijn gemigreerd, spelen een centrale rol in de migratie van nieuwe migranten, vooral door hulp en informatie over het buitenland te geven. Bovendien vormen zij een belangrijke bron van inkomsten voor de achterblijvende familie.

De internationale migratie naar Nederland en andere Europese landen is de afgelopen decennia enorm in omvang en complexiteit toegenomen. Voor een deel hangt dit samen met verbetering van transportmogelijkheden en de communicatie- en informatietechnologie en de verlaging van de kosten hiervan. Daardoor kunnen potentiële migranten tegenwoordig veel gemakkelijker informatie over andere landen vergaren en wordt het reizen naar deze landen makkelijker gemaakt.

Centraal in het hele internationale migratieproces staan de migratienetwerken van familie, vrienden of bekenden in het buitenland. Deze maken het voor de migrant gemakkelijker om te besluiten naar het buitenland te vertrekken. Zij kunnen de risico’s van een verhuizing naar het buitenland sterk verminderen door onder meer allerlei nuttige informatie te verschaffen over bijvoorbeeld de mogelijkheden om aldaar werk te vinden, door de reis te financieren of door te zorgen voor de eerste opvang na aankomst in het bestemmingsland. Daarnaast wordt de achtergebleven familie vaak door de familie in het buitenland met geld of goederen ondersteund.

Achtergronden van migratie

In 1996 en 1997 onderzocht het NIDI, samen met lokale onderzoeksinstituten, de achtergronden van de migratie in enkele herkomstlanden van waaruit mensen naar Europa migreren (Turkije, Marokko, Senegal, Ghana en Egypte) en twee Europese bestemmingslanden (Italië en Spanje) (zie kader).

HET ONDERZOEK

In opdracht van de Europese Commissie voerden het NIDI en Eurostat (het statistisch bureau van de EU) een grootschalig onderzoek uit naar de achtergronden en mechanismen van internationale migratie naar de landen van de EU. Er werden gegevens verzameld in vijf landen van herkomst (Turkije, Marokko, Senegal, Ghana en Egypte) en twee landen van bestemming (Italië en Spanje).

Het onderzoek, dat eind 1999 is afgesloten, concentreerde zich onder meer op migratie vanuit Zuid- en Oostmediterrane regio’s en vanuit Afrika ten zuiden van de Sahara naar de EU.

Er werden in de herkomstlanden gegevens verzameld bij huishoudens en individuen op zowel lokaal, regionaal als nationaal niveau. Het accent werd daarbij gelegd op migratie in de afgelopen tien jaar. De landen van bestemming waren recente immigratielanden.

In de landen van herkomst namen 1.600 à 2.000 huishoudens per land aan het onderzoek deel, waarvan de helft recente migrantenhuishoudens, de andere helft andere huishoudens, waaronder huishoudens zonder migranten. Binnen deze huishoudens zijn per land circa 3.000 à 6.800 personen succesvol geïnterviewd. Er is informatie verzameld over migranten, teruggekeerde migranten en niet-migranten. In de beide bestemmingslanden namen ongeveer 500 à 700 huishoudens per migrantengroep deel aan het onderzoek en hebben ongeveer 600 à 900 leden van huishoudens de vragenlijsten beantwoord. In deze huishoudens zijn alleen migranten geïnterviewd.

Hier wordt ingegaan op de situatie in de drie herkomstlanden die relatief dicht bij Europa liggen: Egypte, Marokko en Turkije. De migratie uit die landen verloopt niet op dezelfde wijze. In Egypte vindt voornamelijk arbeidsmigratie plaats naar landen in de eigen regio, in het bijzonder de olieproducerende landen in het Midden-Oosten. Vooral mannelijke, getrouwde contractwerkers gaan gedurende een vastgelegde periode in die landen werken. Na afloop van het contract gaan ze weer terug naar Egypte. Dat is anders in Turkije en Marokko. In de jaren 60 en 70 migreerden veel Turkse en Marokkaanse mannen, aangetrokken door de vraag naar werknemers, naar vooral West Europese landen. De meesten van hen zijn daar blijven wonen. Tegenwoordig is (legale) migratie vanuit Turkije en Marokko naar West-Europa, door veranderingen in het toelatingsbeleid, vaak alleen nog via gezinsvorming en gezinshereniging mogelijk. De vraag is of de verschillen in migratiepatronen tussen Egypte en Turkije/Marokko ook gevolgen hebben voor het functioneren van de migratienetwerken.

Migratienetwerk

In samenlevingen als die in Turkije, Marokko en Egypte wordt veel waarde gehecht aan familiebanden, familieverplichtingen en wederkerigheid. Dit manifesteert zich in sterke banden tussen mensen die geëmigreerd zijn en hun familie in de herkomstgemeenschap. De meeste migranten kennen al voor vertrek uit hun geboorteland mensen in het beoogde bestemmingsland (zie figuur).

Bij Egyptenaren is dat overigens minder het geval dan bij Turken en Marokkanen. Dit komt voor een deel doordat relatief veel Egyptenaren al een arbeidscontract hebben voordat ze migreren. Het risico om te migreren zonder iemand in het buitenland te kennen is daardoor kleiner. Voorts gaan vrouwen uit de drie landen zelden naar een land waar ze niemand kennen. Zo kenden alle Turkse vrouwen in het onderzoek vóór hun vertrek iemand in het bestemmingsland. Bij de Marokkaanse vrouwen was dat bijna 90 en bij de Egyptische vrouwen 75 procent. Vaak is die ‘iemand’ hun (toekomstige) echtgenoot, want vrouwen migreren meestal vanwege een huwelijk (tabel 1).

Tabel 1. Samenstelling van het migratienetwerk in het vestigingsland vóór migratie naar het vestigingslanda, naar geslacht (%)

 
Turkije
Marokko
Egypte
M
V
T
M
V
T
M
V
T
Partner
14
91
30
10
89
28
0
47
2
Kind(eren)
0
5
1
2
--
1
0
3
1
Ouders
4
4
4
18
5
15
6
--
5
Broers/zusters
33
6
27
44
16
38
33
45
35
Grootouders
0
--
0
2
0
1
0
--
0
Overige verwanten
40
--
31
16
2
13
45
5
41
Vrienden, bekenden, etc.
24
--
19
25
8
21
22
7
22
Totaal
114
106
113
116
119
117
107
106
106
N
201
29
230
295
76
371
234
22
256

a Meerdere typen personen konden worden opgegeven. Het percentage is daarom groter dan 100.

Bij mannen ligt het anders. Zij gaan vooral naar het buitenland om geld te verdienen, niet om te trouwen. Als zij voor vertrek iemand in het buitenland kennen, is dat daarom meestal niet een partner, maar een broer of een andere verwant, een vriend of een bekende. In tabel 1 valt op dat ook veel Egyptische vrouwelijke migranten, in tegenstelling tot Turkse of Marokkaanse, broers of zusters in het buitenland hebben en minder vaak een partner volgen. Dit komt doordat Egyptische vrouwen meer om economische redenen migreren, zoals mannen meestal doen, en minder om te trouwen.

Hulp

Sterke familiebanden brengen met zich mee dat migranten vaak hoge verwachtingen hebben van partners, maar ook van broers, zusters en andere verwanten in het buitenland als het gaat om ondersteuning bij de migratie en na aankomst in het buitenland. Deze verwachtingen blijken gerechtvaardigd. De meeste emigranten die vóór hun vertrek al familie of bekenden in het bestemmingsland hadden, zijn vlak voor hun emigratie ook daadwerkelijk door die mensen geholpen. Het betreft 79 procent van de Marokkanen, 66 procent van de Egyptenaren en 62 procent van de Turken.

Marokkaanse en Turkse vrouwen blijken meer dan Marokkaanse en Turkse mannen door hun familie of vrienden te zijn geholpen. Dat komt vooral doordat zij meestal naar het buitenland gaan om zich bij hun partner te voegen en van partners mag enige hulp worden verwacht. Marokkaanse en Turkse mannen emigreren eerder om een baan te zoeken en kennen niet altijd iemand in het buitenland die hen wil of kan helpen. Datzelfde geldt voor een deel ook voor Egyptische vrouwen. Zij krijgen, in tegenstelling tot hun Turkse en Marokkaanse seksegenoten, niet vaker dan mannen hulp van familie of bekenden bij emigratie doordat het ook bij veel van hen arbeidsmigratie betreft.

Egyptische migranten kregen vooral van verre verwanten hulp, Turkse en Marokkaanse migranten meer van een partner of van ouders, broers of zusters, en kinderen. Dat heeft te maken met het verschil in type migratie. Turken en Marokkanen migreren immers, anders dan Egyptenaren, in veel gevallen om familieredenen als gezinshereniging of een huwelijk.

Financiële hulp, hulp bij het zoeken naar een baan en het aanbieden van inwoning blijken de belangrijkste vormen van ondersteuning via migrantennetwerken. Daarnaast verkregen migranten via die netwerken informatie over de toelatingsregels die in het vestigingsland gelden en wordt bij het regelen van een visum en het vinden van woonruimte assistentie verleend.

Informatie

Migratienetwerken spelen een belangrijke rol bij het verkrijgen van informatie over het land van bestemming. In verhouding tot migranten die vóór hun vertrek niemand in het vestigingsland kenden, blijken migranten met een netwerk over het algemeen beter op de hoogte van meer verschillende onderwerpen, zoals blijkt uit tabel 2. Familie of vrienden in de bestemmingslanden blijken voor potentiële migranten met een netwerk de belangrijkste bron van informatie (tabel 3) en niet bijvoorbeeld de media of overheids- of andere instanties. Door te vertrouwen op de informatie via persoonlijke contacten verwachten de migranten dat de risico’s in het land van bestemming worden geminimaliseerd.

Tabel 2. Percentage dat informatie heeft en het gemiddelde aantal onderwerpen over de bestemming naar migratienetwerk in het bestemmingsland

 
Turkije
Marokko
Egypte
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Informatie (%)
64
37
79
63
84
66
Onderwerpen (abs.)
2,6
1,4
2,9
1,8
2,9
2,2
N
384
126
522
313
483
411

Tabel 3. Bronnen van informatie over het vestigingsland naar aanwezigheid van een migratienetwerk in het vestigingsland (%)

Turkije
Marokko
Egypte
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Daar eerder geweest
7
10
4
8
12
16
Familie in vestigingsland
78
40
88
71
73
29
Familie in herkomstland
33
50
68
67
39
60
Televisie/radio
31
40
26
20
5
6
Kranten, etc.
18
30
19
18
4
8
School
4
10
12
16
0
1
Instantie in herkomstland
5
18
6
9
0
3
Instantie in vestigingsland
-
-
3
8
-
1
Toeristen
*
*
5
9
-
1
Andere bronnen
-
9
1
2
2
4
N
264
60
420
198
399
271

* In dit land niet gevraagd.

Voor migranten zonder migratienetwerk kunnen familie en bekenden in het land van herkomst een belangrijke rol spelen bij de informatievoorziening. Het gaat daarbij onder meer om gemigreerde verwanten of bekenden die uit het land van bestemming zijn teruggekeerd of om mensen die bijvoorbeeld via de media informatie over het land van bestemming te weten kwamen. Voor het overige zijn migranten zonder netwerken in het buitenland voor het verkrijgen van informatie meer aangewezen op bronnen als televisie, radio, kranten en soms school, instanties in het land van herkomst of toeristen. Instanties in de bestemmingslanden spelen nauwelijks een rol bij de informatievoorziening. De situatie in Marokko wijkt af in die zin dat in dat land weinig verschil is tussen de informatiebronnen waar migranten met of zonder netwerken gebruik van maken.

Geld en goederen

Het bestaan en het functioneren van migratienetwerken blijkt misschien wel het meest duidelijk uit de stromen geld en goederen van de landen van bestemming naar de landen van herkomst. Zoals blijkt uit tabel 4 ontvangt een kwart van alle huishoudens in Egypte en Turkije geld of goederen uit het buitenland. In Marokko is dat de helft.

Tabel 4. Percentage huishoudens in Turkije, Marokko en Egypte dat in de afgelopen 12 maanden geld en/of goederena heeft ontvangen (%).

 
Zowel geld 
als goederen
ontvangen
Alleen geld
of goederen
ontvangen
Alleen goederen
ontvangen
Geen geld ontvangen
Totaal huishoudens
%
%
N
Turkije
7
15
3
75
100
1564
Marokko
24
22
3
51
100
1952
Egypte
8
11
4
77
100
1943

a Goederen: consumptiegoederen zoals een auto, televisie of HiFi; kleding; landbouwwerktuigen; juwelen, etc.

In de landen van herkomst is emigratie van een of meer leden van een huishouden vaak een strategie om extra inkomen te verwerven. Van emigranten wordt verwacht dat zij na verloop van tijd geld of goederen naar achtergebleven familieleden sturen (zie kader). Blijven zij wat dit betreft in gebreke dan wordt er vanuit de familie niet zelden druk uitgeoefend. Behalve de achtergebleven familieleden profiteren trouwens ook hun buren, lokale winkeliers en vertegenwoordigers van sociale en religieuze instellingen in de landen van herkomst direct of indirect van de uit het buitenland ontvangen gelden en goederen.

GELDSTROMEN

Het is moeilijk om de totale hoeveelheid geld en goederen vast te stellen die door emigranten werd overgemaakt of meegebracht. Het Internationaal Monetair Fonds schatte de waarde van de geldstromen voor 1980 op 44 miljard US dollars en voor 1990 zelfs op 74 miljard US dollars (133 miljard gulden). Het bedrag voor 1990 was ongeveer gelijk aan een kwart van het Bruto Nationaal Product (BNP) van Nederland in dat jaar (516 miljard gulden).

Volgens het IMF vloeit ongeveer 85 procent van de genoemde bedragen naar slechts 10 landen: voormalig Joegoslavië 19 procent, Portugal (11), Egypte (11), Turkije (9), India (8), Mexico (7), Pakistan (6), Spanje (6), Marokko (4) en Griekenland (4). Voor de economie van deze landen zijn dit soort ‘inkomsten’ van vitaal belang. Voor landen als Egypte, Turkije, Marokko, voormalig Joegoslavië, Portugal, Bangladesh en Pakistan wordt de waarde van overgemaakte gelden en goederen door emigranten naar thuisblijvers geschat op tenminste 25 procent van de waarde van de totale export van het land. In Egypte, Turkije en Marokko is de waarde van dit soort inkomsten, ook wel ‘remittances’ genoemd, gelijk aan respectievelijk 18, 3 en 3 procent van het Bruto Nationaal Product.

De meeste huishoudens in Turkije, Marokko en Egypte die het jaar voorafgaande aan het onderzoek geld uit het buitenland ontvingen, kregen in die periode meermalen wat toegestuurd. Het gaat daarbij vooral om huishoudens waarvan een of meer leden in het buitenland wonen (tabel 5). Soms kregen ook andere huishoudens geld en/of goederen uit het buitenland, maar dan meestal van aldaar woonachtige vrienden, kennissen, van voormalige leden van het huishouden of van pas teruggekeerde migranten.

Tabel 5. Percentage huishoudens dat geld ontving in de afgelopen 12 maanden naar type huishouden.

 
Huishoudens met
emigranten
Huishoudens met
teruggekeerde emigranten
Huishoudens zonder
emigranten
%
N
%
N
%
N
Turkije
50
414
10
291
4
736
Marokko
68
1180
12
176
3
493
Egypte
54
490
1
675
1
617

Van de Turkse en Egyptische huishoudens met familie in het buitenland ontving overigens bijna de helft geen geld, en van die in Marokko een derde. Dus: migratie betekent óók een zeker inkomensrisico, want veel van de emigranten die geen geld stuurden, zouden als ze niet waren geëmigreerd mogelijk wél een bijdrage aan het huishoudinkomen hebben geleverd.

Zoals blijkt uit tabel 6 zijn het in Egypte en Marokko voornamelijk in het buitenland woonachtige (mannelijke) echtgenoten en kinderen die geld en goederen sturen. In Turkije zijn ook gemigreerde broers en zusters een belangrijke bron. Financiële steun vanuit het buitenland is dus duidelijk een zaak van de directe familie. Vrienden of kennissen, maar ook ‘verre’ familieleden sturen zelden geld of andere zaken.

Tabel 6. Relatieve belang van verschillende typen personen, woonachtig in bestemmingslanden, waarvan huishoudens in landen van herkomst in de afgelopen 12 maanden geld en goederen hebben ontvangen (%)


Bron van geld en goederen

Turkije
Marokko
Egypte
%
Echtgenoot
19
17
42
Kinderen
25
33
31
Ouders
10
9
5
Broers en zusters
27
15
14
Andere familieleden
9
1
2
Vrienden of kennissen
1
2
1
Referentie persoon
9
23
5
Totaal
100
100
100
N
355
524
361

Besteding gelden

Het meeste geld dat de huishoudens uit het buitenland ontvangen wordt niet, zoals vaak wordt gedacht, gebruikt voor het doen van besparingen en/of investeringen in landbouw en het opzetten of uitbouwen van ondernemingen van kleine zelfstandigen. Was dat wel zo dan zou dat de lokale economie ten goede komen, werkgelegenheid creëren en potentiële emigranten kunnen weerhouden om in het buitenland te gaan zoeken naar een bron van inkomen.

Tabel 7 laat zien dat slechts een klein aantal huishoudens zegt de ontvangen gelden voornamelijk aan te wenden in de productieve sfeer, bijvoorbeeld in de landbouw voor de aankoop of huur van agrarisch land, vee, mest en andere agrarische productiemiddelen. Verder wordt er ook niet echt gespaard van de ontvangen gelden. In Egypte is in ongeveer drie procent van de huishoudens ‘sparen’ het belangrijkste bestemmingdoel, in de andere twee landen is dat nog veel minder het geval.

Tabel 7. Relatieve belang van verschillende bestedingsdoelen van geld dat door emigrantenhuishoudens is ontvangen uit het buitenland.

Bestedingsdoel

Turkije
Marokko
Egypte
%
Dagelijkse uitgaven
76
92
77
Medische kosten
10
2
2
Huwelijk
1
 
3
Onderwijs    
4
Huisvesting
2
3
6
Landbouw
3
1
2
Schulden
1
 
1
Sparen  
1
3
Overige
7
1
2
Totaal
100
100
100
N
227
240
267

Het geld komt de lokale economie wel ten goede maar niet zo verregaand als beleidsmakers in de landen van bestemming en herkomst hadden gehoopt.

Een klein deel van het geld wordt gebruikt om medische onkosten te financieren of wordt besteed aan huisvesting en onderwijs. Het meeste geld (en in Marokko bijna al het geld) wordt gebruikt om kosten van dagelijks levensonderhoud (voedsel, kleding, huur, etc.) te financieren. Uit tabel 7 blijkt dat dit bij driekwart tot 90 procent van de huishoudens het geval is. Het bestedingspatroon weerspiegelt daarmee de financieel precaire situatie van deze huishoudens.

LITERATUUR

  • Groenewold, G. (2001). Migrant network effects: remittances, deprivation and migration intentions in Turkey, Egypt and Morocco. Den Haag: NIDI. (Working paper voor het ministerie van Buitenlandse Zaken)
  • Schoorl, J., L. Heering., I. Esveldt., G. Groenewold., R. van der Erf, A. Bosch, H. de Valk en B. de Bruijn (2000). Push and pull factors of international migration: A comparative report. Luxembourg: Office for Official Publications of the European Communities. Collection Studies and Research. 
Drs. I. Esveldt en drs. G. Groenewold, NIDI

terug naar : INHOUD | REACTIES : demos@nidi.nl


Organization Netherlands Interdisciplinary Demographic Institute

P.O. Box 11650
2502 AR The Hague
The Netherlands

E-mail: info@nidi.nl
NIDI

========

Comments to: webmaster@nidi.nl

Copyright © 2002, NIDI, Netherlands Interdisciplinary Demographic Institute.
Last revision: 2 April 2002.