DEMOS
=Jaargang 18
=Maart 2002

Nummer  Inhoud


  Vorige artikel Volgende artikel






=Bulletin
=over
=Bevolking
=en
=Samenleving


NIDI

=Een uitgave
=van de
=Stichting
=Nederlands
=Interdisciplinair
=Demografisch
=Instituut



E-mail: demos@nidi.nl


ISSN 0169-1473
Internationale vluchtelingen
Herkomst en bestemming

ROEL JENNISSEN EN LEO VAN WISSEN

Verreweg de meeste internationale vluchtelingen kwamen de afgelopen decennia uit Afrika en Azië. De meesten zochten bescherming in de omringende landen en slechts een klein deel zocht een veilig onderkomen in een ander werelddeel. Europa ontving als enige continent vluchtelingen uit zowel de eigen regio als uit andere delen van de wereld. De verdeling van asielzoekers over de Europese landen was nogal onevenredig. Als we de hele periode vanaf 1960 in beschouwing nemen was binnen Europa (West-)Duitsland voor asielzoekers verreweg het belangrijkste land van bestemming.

Het totale aantal internationale vluchtelingen in de wereld is gestegen van minder dan twee miljoen in het begin van de jaren zestig tot ongeveer 12 miljoen in het jaar 2001. Begin 2001 waren er bovendien 20 tot 25 miljoen binnenlandse ontheemden, mensen die weliswaar op de vlucht zijn, maar die (voorlopig?) binnen de eigen staat blijven. Hier wordt ingegaan op de belangrijkste landen van herkomst en bestemming van mensen die sinds 1960 hun eigen land ontvluchtten. Aan de verdeling van de vluchtelingen over  Europa wordt uitvoerig aandacht besteed.

Opvang in de eigen regio

Verreweg de meeste internationale vluchtelingen zoeken bescherming in omringende landen. Slechts een klein deel doet dat in een ander deel van de wereld (Europa, Noord-Amerika of Oceanië). Afrika en Azië ontvingen bijna uitsluitend vluchtelingen uit het eigen continent. Europa ontving zowel vluchtelingen uit de eigen regio (bijvoorbeeld het voormalige Joegoslavië) als vluchtelingen uit andere delen van de wereld. Noord-Amerika en Oceanië ontvingen alleen vluchtelingen uit andere delen van de wereld. We kunnen echter ook hier een regionale component in de vluchtelingenstromen onderscheiden; Midden-Amerikaanse en Caraïbische vluchtelingen zochten in groten getale in Noord-Amerika asiel, terwijl een relatief grote groep vluchtelingen uit Zuidoost-Azië asiel zocht in Oceanië.

De verdeling van het totale aantal vluchtelingen over de continenten is, zoals blijkt uit de tabel, aan verandering in de tijd onderhevig. Halverwege de jaren negentig telde Afrika de meeste vluchtelingen. De cijfers van 2000 laten een duidelijke verschuiving zien van Afrika naar Azië. Het aantal vluchtelingen in Afrika daalde als gevolg van de relatieve rust in het gebied van de Grote Meren. Toenemende aantallen Afghaanse vluchtelingen in Pakistan resulteerden in een stijging voor Azië. De belangrijkste oorzaken van het toegenomen vluchtelingenaandeel in Europa in 1995 ten opzichte van 1989 waren de oorlog in voormalig Joegoslavië en de onstabiele situatie in de voormalige Sovjetunie. Escalaties van etnisch geweld in Kosovo en Macedonië (de voormalig Joegoslavische republiek) zorgden ervoor dat een groter aandeel van de internationale vluchtelingen in 2000 zijn toevlucht zocht in Europa.

De verdeling van internationale vluchtelingen over de continenten (%)

 
Eind 1980
Eind 1989
Eind 1995
Eind 2000
Afrika
44,6
30,9
43,0
30,0
Azië
27,7
45,6
33,8
44,6
Europa
7,2
5,4
15,9
19,3
Latijns-Amerika
2,4
8,1
1,0
0,3
Noord-Amerika
14,5
9,4
6,0
5,2
Oceanië
3,6
0,7
0,3
0,6
Totaal (miljoenen)
8,2
14,9
13,2
12,0

 Bron: UNHCR.

Azië

In de jaren zestig vormden de Palestijnen de grootste vluchtelingenpopulatie in Azië. Veel Palestijnen vluchtten naar Jordanië, Libanon, Syrië, de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever. Daarnaast veroorzaakten de Arabisch-Israelische oorlogen in 1967 en 1973 vluchtelingenstromen, zoals die van de Egyptenaren uit de Suez-zone naar Egypte en de Golfstaten. De burgeroorlog in Bangladesh als gevolg van de afscheiding van Pakistan, in 1972, had een stroom van zo’n twee miljoen vluchtelingen tot gevolg. Verder was in de jaren zestig en zeventig sprake van grote vluchtelingenstromen uit Vietnam, vanwege onder meer de strijd tussen de Verenigde Staten en Noord-Vietnam, en vanuit China naar Hong Kong. Het aantal vluchtelingen in Azië steeg sterk in de jaren 70. De drie grootste vluchtelingengroepen in deze periode waren bootvluchtelingen uit Vietnam, Cambodjanen en Afghanen.

De uitstroom van Afghanen naar de buurlanden hield aan in de jaren 80. In 1979 vond de invasie van de Sovjet-Unie in Afghanistan plaats. Veel Afghaanse vluchtelingen (3,5 miljoen) zochten daardoor in Iran en Pakistan een veilig heenkomen. In 1990 bevonden zich in die landen zo’n zes miljoen Afghanen. Het aandeel van Azië in het totaal aantal vluchtelingen werd in die periode dan ook voor een belangrijk deel door de Afghaanse vluchtelingen in Iran en Pakistan bepaald. Verder zorgden gewapende conflicten in Sri Lanka en Libanon en de oorlog tussen Iran en Irak in de jaren tachtig voor grote vluchtelingenstromen. Iran was een toevluchtsoord voor veel Koerden en Sjiieten uit Irak. In de jaren negentig nam vervolgens de omvang van de Afghaanse vluchtelingenpopulatie af, maar hun aantal bleef omvangrijk. In de tweede helft van 2001 was zoals bekend opnieuw sprake van een sterke stijging vanwege de Amerikaanse strijd tegen de terreur. Andere Aziatische gebieden waaruit in de jaren negentig veel mensen vluchtten, waren Irak, Iran, Koerdistan (voornamelijk het Irakese en het Turkse deel), de Kaukasus en Centraal-Azië.

Afrika

De vluchtelingenstromen in en vanuit Afrika hadden behalve politieke (dekolonisatie, machtsstrijd, burgeroorlogen) ook ecologische oorzaken (onder meer de droogte in de Hoorn van Afrika) of hadden te maken met gedwongen repatriëring (Nigeria, Ghana, Kenia, etc.). De onafhankelijkheidsstrijd in Afrika zorgde in de jaren zestig en zeventig voor grote vluchtelingenstromen. Zo ontvluchtten velen in de eerste helft van de jaren zestig Algerije en Belgisch Kongo. Vanaf het begin van de jaren zestig tot aan de daadwerkelijke onafhankelijkheid in 1975 veroorzaakte de onafhankelijkheidsstrijd in Portugees Afrika een grote vluchtelingenstroom.

Na de onafhankelijkheid mondde politieke en maatschappelijke onrust als gevolg van de onderdrukking in het koloniale tijdperk vaak uit in gewelddadige conflicten. Voorbeelden zijn de Nigeriaanse burgeroorlog, de Eritrese onafhankelijkheidsbeweging, het religieuze conflict in het zuiden van Soedan en raciale conflicten in Kenia, Tanzania en Oeganda. In de jaren tachtig zorgden burgeroorlogen voortdurend voor grote vluchtelingenstromen uit Ethiopië, Soedan, Tsjaad, Angola, Mozambique en Namibië. In de jaren negentig vervolgens ontvluchtten veel mensen de strijd in Burundi, Liberia, Rwanda, Sierra Leone, Somalië en Zaïre. De overgrote meerderheid van de Afrikaanse vluchtelingen werd opgevangen in de regio. Zo zochten tussen 1991 en 1995 zo’n 750 duizend Liberianen hun toevlucht in Ivoorkust en Guinee, terwijl in deze periode slechts ongeveer 20 duizend een asielaanvraag in West-Europa indienden.

Amerika

In de periode 1960-2000 kwamen de Latijns Amerikaanse vluchtelingen uit  het Caraïbisch gebied, uit Midden-Amerika of uit de Zuidelijke Hoorn. De meest omvangrijke vluchtelingenstromen in het Caraïbische gebied kwamen uit Cuba en Haïti. In de jaren zestig en zeventig ontvluchtten ongeveer 650 duizend Cubanen het Castro-regime. De meeste vluchtelingen trokken naar Florida in de VS. Deze uitstroom hield aan in de jaren tachtig en negentig. Een piekjaar was 1980, toen duizenden Cubanen hun toevlucht zochten in de Peruaanse ambassade. Duizenden Haïtianen ontvluchtten tot 1986 de tirannie van de Duvaliers. In de jaren zestig en zeventig leidden gewapende conflicten tussen linkse en rechtse bewegingen in Nicaragua, El Salvador en Guatemala tot grote vluchtelingenstromen. In de Zuidelijke Hoorn (Argentinië, Chili en Uruguay) werden tussen 1973 en 1976 militaire staatsgrepen gepleegd. Veel politieke opponenten weken uit naar het buitenland tot er in de jaren tachtig in alle drie de landen een (wankele) democratie ontstond.

Vooral de gewapende conflicten in Midden-Amerika en de vlucht van veel Haïtianen naar de Dominicaanse Republiek veroorzaakten de relatief grote vluchtelingen-populatie in Latijns-Amerika in 1990 (zie de tabel). Een aanzienlijk deel van de Midden-Amerikaanse en Caraïbische vluchtelingen zocht in Noord-Amerika asiel. Het aantal vluchtelingen dat asiel zocht in Noord-Amerika is, zoals we in de tabel kunnen zien, in de jaren negentig gedaald. De relatieve rust in Midden-Amerika was één van de redenen van deze afname. Daarnaast speelde ook de aanscherping van het immigratiebeleid in de Verenigde Staten een belangrijke rol.

Oceanië

Het relatief grote aandeel van de internationale vluchtelingen dat in het begin van de jaren tachtig Oceanië als bestemming had (in 1980: 3,6 procent) kan worden verklaard door het grote aantal Vietnamese bootvluchtelingen, dat aldaar zijn toevlucht zocht.

Noord- en West-Europa

Sinds de nasleep van de Tweede Wereldoorlog kan Noord- en West-Europa net als Noord-Amerika worden beschouwd als een regio die louter vluchtelingen ontvangt. De landen in Noord- en West-Europa zijn voor asielzoekers de belangrijkste Europese bestemmingslanden.

Jaren tachtig
In de eerste helft van de jaren tachtig kwamen de meeste asielzoekers die een veilig heenkomen zochten in Noord- en West-Europa, uit Azië (inclusief Turkije), gevolgd door (Oost-)Europa en Afrika. Asielmigratie uit Azië bereikte halverwege de jaren tachtig een hoog niveau als gevolg van gewapende conflicten in Sri Lanka, Afghanistan en Libanon en de oorlog tussen Iran en Irak. Daarnaast dienden in die periode veel Indiërs, Pakistanen en Vietnamezen in Noord- en West-Europa een asielaanvraag in. De totale instroom bereikte een piek in 1981 toen bijna 50 duizend asielaanvragen werden geregistreerd. In dat jaar ontving Oostenrijk 34,5 duizend voornamelijk Poolse asielzoekers.

In de tweede helft van de jaren tachtig zorgden minder strenge emigratieregels voor meer (asiel)migratie vanuit Oost- naar West-Europa. Hierdoor kreeg asielmigratie in Noord- en West-Europa een nieuwe dimensie. Eerst ging het vooral om Noord-Zuid migratie, maar nu speelde ook Oost-West migratie een rol. De West-Duitse immigratiecijfers stegen in de tweede helft van de jaren tachtig enorm. Dat kwam door een toenemende instroom van asielzoekers en Aussiedler (etnische Duitsers die krachtens de grondwet recht hebben op de Duitse nationaliteit) uit Centraal- en Oost-Europa.

De verdeling van asielzoekers over de landen in Noord- en West-Europa was in de jaren tachtig nogal onevenredig. West-Duitsland telde verreweg het grootste aantal. Vergeleken met andere landen had dat land een tolerante asielwetgeving. Ook Zweden, Frankrijk en Oostenrijk ontvingen meer asielzoekers dan het Europese gemiddelde. Als we kijken naar het aantal asielaanvragen per hoofd van de bevolking, dan waren Zweden, Zwitserland, West-Duitsland en Oostenrijk toonaangevend.

Jaren negentig: pieken en dalen
In de voor Europa zeer turbulente periode 1988-1992 bleven Duitsland (51,8 procent), Frankrijk (10,6 procent) en Zweden (8,9 procent) in Europa de meeste asielaanvragen ontvangen. Net als in de voorafgaande jaren waren Zweden, Zwitserland en Duitsland de toonaangevende landen als het gaat om het aantal asielaanvragen per hoofd van de bevolking. Na 1992 daalde het totaal aantal asielaanvragen in Noord- en West-Europa (zie figuur 1).

Aanscherping van het asielbeleid was hiervan de belangrijkste oorzaak. Het aantal asielverzoeken daalde echter niet in alle afzonderlijke landen in Noord- en West-Europa. In Nederland bijvoorbeeld steeg het aantal asielaanvragen in 1993 en 1994 sterk, terwijl dat in de omringende landen, behalve in België in 1993 en in het Verenigd Koninkrijk in 1994, daalde (zie figuur 2).

Het aantal verzoeken bereikte in Nederland een piek in 1994. Deze piek werd waarschijnlijk mede veroorzaakt door aanscherping van het asielbeleid in de omringende landen (voornamelijk in Duitsland). Niet alleen het asielbeleid in het land zelf, maar ook het asielbeleid in omringende landen kan dus het aantal aanvragen bepalen. Een andere mogelijke verklaring voor de piek in 1994 was de toenemende instroom van Somalische asielzoekers. In 1995 en 1996 daalde het aantal asielaanvragen in Nederland weer naar het niveau van 1992. Oorzaak was een aanscherping van het asielbeleid in 1994 en het Dayton vredesverdrag. Duitsland (54,1 procent), het Verenigd Koninkrijk (8,7 procent) en Nederland (8,5 procent) waren in de periode 1992-1999 voor asielzoekers de belangrijkste bestemmingslanden.

In figuur 3 is het aantal asielverzoeken per inwoner voor een aantal West- en Noord-Europese landen weergegeven. Opvallend is de enorme piek in Zweden in 1992 met bijna één asielverzoek per 100 inwoners. Het overgrote deel (83 procent) van de asielaanvragen in 1992 in Zweden betrof asielzoekers uit het voormalige Joegoslavië. Verder valt op dat Ierland in de tweede helft van de jaren negentig als potentieel bestemmingsland voor asielzoekers ‘ontdekt’ is.

De keuze voor een specifiek land
Behalve het asielbeleid (wetgeving) in een land, kunnen ook economische factoren als het Bruto Binnenlands Product per hoofd van de bevolking of de kansen op de arbeidsmarkt de keuze voor een bepaald land bepalen. Een aanzienlijk deel van de asielzoekers kiest zelf niet bewust voor een bepaald land. Vaak bepalen mensensmokkelaars of de aanwezigheid van een ‘mainport’ (bijvoorbeeld een intercontinentaal vliegveld) de ‘keuze’ voor een bepaald land. Daarnaast spelen de omvang van de migrantenpopulatie en migrantennetwerken in de landen van bestemming een belangrijke rol bij de spreiding van de asielzoekers over de afzonderlijke landen (voor de invloed van netwerken zie Demos van februari). Deze migrantenpopulaties zijn niet noodzakelijkerwijs alleen het resultaat van eerdere asielstromen, maar ook van eerdere arbeidsmigratie of (post)koloniale migratie. Een voorbeeld van een migrantenpopulatie die is ontstaan door arbeidsmigratie en later diende als netwerk voor asielzoekers, is de Turkse gemeenschap in Duitsland. Politieke onrust in Turkije, die eindigde met een staatsgreep in 1980, veroorzaakte eind jaren zeventig en in de jaren tachtig een grote stroom asiel- en familiemigratie van Turkije naar Duitsland. Het koloniale verleden is waarschijnlijk verantwoordelijk voor het relatief grote aantal Afrikaanse asielzoekers in Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Portugal en België, het relatief grote aantal Aziaten in Frankrijk en het relatief grote aantal Latijns-Amerikanen in Spanje.

Zuid-Europa

Tot het begin van de jaren zeventig ontvluchtten politieke tegenstanders van de dictaturen in Zuid-Europa (Griekenland, Portugal en Spanje) hun land. De belangrijkste vluchtelingengroep uit Zuid-Europa waren jonge Portugezen, die de militaire dienst en daarmee de antikoloniale guerrillaoorlogen in Portugees Afrika ontvluchtten.

Sinds het einde van de jaren zeventig is Zuid-Europa echter vooral een bestemmingsregio. Het aantal asielzoekers in Zuid-Europa wordt vaak onderschat aangezien potentiële asielzoekers in deze landen in veel gevallen een illegaal verblijf prefereren boven de reguliere asielprocedure. De uitgebreide verborgen economie in Zuid-Europa biedt illegalen redelijk goede vooruitzichten op werk. Regelmatig verschaffen Zuid-Europese overheden illegalen die langdurig in het land verblijven een legale status door middel van regularisatieprogramma’s. Asielzoekers, die in Noord- en West-Europese landen zijn uitgeprocedeerd, verkiezen vaak de illegaliteit in Zuid-Europa boven die in Noord- en West-Europa of een terugkeer naar hun land van herkomst. Aan de andere kant vervult Zuid-Europa ook vaak een ‘transit’ functie voor asielmigratie naar West-Europa.

Oost-Europa

In de periode tussen de nasleep van de Tweede Wereldoorlog en de tweede helft van de jaren tachtig waren de meeste Oost-Europese vluchtelingen politieke dissidenten, die erin slaagden de andere kant van het IJzeren Gordijn te bereiken. Tegen het einde van de jaren tachtig stortte het communistische systeem in Oost-Europa in elkaar. De hierop volgende oorlog in Joegoslavië en de onstabiele situatie in de voormalige Sovjetunie veroorzaakte een grote stroom Oost-Europese vluchtelingen.

Het aantal vluchtelingen dat tot de val van het communisme asiel zocht in Oost-Europa was verwaarloosbaar. Na 1989 ontdekten asielzoekers de voormalige communistische landen in Oost-Europa weliswaar als potentiële bestemmingen, maar hun aantal was bij lange na niet zo groot als dat in Noord- en West-Europa. Bovendien hadden veel asielzoekers, die een asielaanvraag indienden in Oost-Europa, de intentie om door te reizen naar het Westen. Toch waren er enkele omvangrijke vluchtelingenstromen naar voorheen communistische landen. Het betrof hier voornamelijk migratie vanuit en tussen de staten die voortkwamen uit het voormalige Joegoslavië en uit de voormalige Sovjetunie, zoals van Kroatië naar Joegoslavië en andersom, van Bosnië-Herzegovina naar Kroatië en Joegoslavië, van de Joegoslavische provincie Kosovo naar Albanië en Macedonië en van Centraal-Aziatische en Trans-Kaukasische republieken naar de Russische Federatie.

Meer aantallen en achtergronden kunt u onder meer vinden op de website van de vluchtelingenorganisatie van de VN (UNHCR): www.unhcr.ch

LITERATUUR

  • Beyer, G.(1981), The political refugee: 35 years later. International Migration Review, 15(1/2), pp. 26-34.
  • UNHCR (1998), Asylum in Europe: Arrivals, stay and gender from a data perspective, Geneva: UNHCR. 
  • Zolberg, A.R., A. Suhrke and S. Aguayo (1989), Escape from violence: Conflict and the refugee crisis in the Developing world, Oxford: Oxford University Press.

Drs. R.P.W. Jennissen en prof. dr. L.J.G. van Wissen, NIDI


terug naar : INHOUD | REACTIES : demos@nidi.nl


Organization Netherlands Interdisciplinary Demographic Institute

P.O. Box 11650
2502 AR The Hague
The Netherlands

E-mail: info@nidi.nl
NIDI

========

Comments to: webmaster@nidi.nl

Copyright © 2002, NIDI, Netherlands Interdisciplinary Demographic Institute.
Last revision: 2 April 2002.