|
Inhoud
![]()
E-mail: demos@nidi.nl ISSN 0169-1473 |
DemoData
De omwenteling in de voormalige Sovjet Unie heeft vooral voor kinderen een economische achteruitgang betekend. Volgens UNICEF moeten 18 miljoen kinderen in die regio zien rond te komen van iets meer dan $2 per dag. Steeds meer kinderen worden in instellingen geplaatst of aangeboden voor adoptie vanwege slechte economische en gezondheidsomstandigheden. Hoewel het aantal geboorten het eerste decennium sterk daalde - het aantal kinderen in de regio was in 1999 13 procent lager dan in 1989, het aantal kinderen onder de vijf daalde met 36 procent -, nam het aantal uit huis geplaatste kinderen (zij worden wel ‘sociale wezen’ genoemd) toe met 150 duizend tot zo’n 1,5 miljoen (PRB). Onder invloed van onder meer natuurgeweld, economische crises en armoede is het aantal straatkinderen in Midden-Amerika enorm toegenomen. Vooral in Honduras en Nicaragua, landen die worden gerekend tot de armste van het westelijk halfrond, is na de orkaan Mitch eind 1998 sprake van een sterke stijging. De Wereldbank heeft berekend dat daar 8 à 12 procent van alle kinderen onder de 18 op straat werkt en/of woont. Alleen al in Tegucigalpa, de hoofdstad van Honduras, is het aantal straatkinderen, dat woont, werkt en leeft op straat, het afgelopen decennium met een factor acht toegenomen. Wereldwijd schat UNICEF het aantal straatkinderen op 100 miljoen (PRB). Jongeren, lager opgeleiden en mensen met lagere inkomens blijken minder geneigd om te gaan stemmen. Aan het eind van de jaren negentig zei 18 procent van de lager opgeleiden en slechts drie procent van de hoger opgeleiden niet te gaan stemmen. Bij de lager opgeleide 18-24 jarigen was dat zelfs 29 procent. In de tweede helft van de jaren negentig wordt ook nog een sterke daling gesignaleerd van de opkomstgeneigdheid van lageropgeleide jongeren (SCP). In de jaren negentig liep het aantal scholen terug van ruim 1.400 naar iets meer dan 600. De gemiddelde school werd tweemaal zo groot. Omdat veel voormalige scholen als (neven)vestiging zijn blijven voortbestaan, is de omvang van de gemiddelde vestiging veel kleiner (760 leerlingen) dan de omvang van de gemiddelde school (1.350 leerlingen). Op het niveau van de vestiging is de schaalvergroting dan ook veel minder ingrijpend dan op schoolniveau (SCP). In Nederland wonen ruim vier miljoen al dan niet gehuwde paren. Per jaar gaan zo’n 100 duizend stellen uit elkaar, ongeveer eenderde door echtscheiding van gehuwden. Tweederde van de stellen woonde niet-gehuwd samen. De meeste van de 200 duizend nieuwe ex-en zijn achter in de 20. Ruim de helft van hen voert na de verbreking van de relatie een eigen huishouding. Zo’n 15 procent woont echter binnen een jaar alweer met iemand anders samen. Opvallend is ook dat zeven procent weer terugkeert naar het ouderlijk huis. Hoe jonger de gehuwde en ongehuwde samenwonenden zijn, hoe groter de kans is dat ze hun relatie verbreken. Van alle niet-gehuwd samenwonenden ging in 2000 ongeveer zeven procent uit elkaar, bij de gehuwden was dat minder dan drie procent (CBS). |
![]() |
Netherlands Interdisciplinary Demographic
Institute P.O. Box 11650 2502 AR The Hague The Netherlands E-mail: info@nidi.nl |
![]() |
![]()
Comments to: webmaster@nidi.nl
Copyright © 2002, NIDI, Netherlands Interdisciplinary Demographic
Institute.
Last revision: 29 May 2002.