DEMOS
=Jaargang 19
=Augustus 2003

Nummer  Inhoud


  Vorige artikel Volgende artikel






=Bulletin
=over
=Bevolking
=en
=Samenleving


NIDI

=Een uitgave
=van de
=Stichting
=Nederlands
=Interdisciplinair
=Demografisch
=Instituut



E-mail: demos@nidi.nl


ISSN 0169-1473
Gemengde relaties

Vreemdelingenrecht leidt tot vervreemding
BETTY DE HART

Gemengde relaties worden in het vreemdelingenrecht veelal beschouwd als schijnhuwelijken. Maar hoe kijken gemengde relaties zelf tegen het vreemdelingenrecht aan? Welke betekenis hechten Nederlandse  vrouwen met een buitenlandse partner aan het vreemdelingenrecht? Zij blijken een proces van ‘vervreemding’ te ondergaan.

Steeds vaker wordt in Nederland in recente discussies over het gezinsherenigingsbeleid in de politiek en in de media het beeld geschetst dat de Nederlandse samenleving, de welvaartsstaat, openbare orde en bevolking beschermd moeten worden tegen migratie. Daarbij wordt de nadruk gelegd op de voortdurende gezinsmigratie van Turken en Marokkanen. Nederlanders worden vooral neergezet als een groep die belang heeft bij een restrictief vreemdelingenbeleid en waarbinnen steeds minder draagvlak te vinden zou zijn voor toelating van migranten in Nederland.

Toch maken ook autochtone Nederlanders in niet geringe mate deel uit van de groep mensen die een buitenlandse partner voor gezinshereniging of gezinsvorming naar Nederland laten overkomen. Er is sowieso een niet onaanzienlijke groep Nederlanders die om diverse redenen met het vreemdelingenrecht in aanraking komt, bijvoorbeeld werkgevers die buitenlandse werknemers in dienst willen nemen, ouders van een buitenlands adoptiekind of gastgezinnen met een buitenlandse au-pair.

Nederlanders grootste groep

Uit onderzoek blijkt dat in de jaren tachtig 34 procent van de aanvragers van een verblijfsvergunning voor een buitenlandse partner de Nederlandse nationaliteit bezat: 29 procent was Nederlander van geboorte, vijf procent was genaturaliseerd. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek ging het in 2000 bij 40 procent van de gezinsmigratie om een (meestal autochtone) Nederlander met een buitenlandse partner. Nederlanders vormen daarmee de grootste groep mensen die om toelating van een buitenlandse partner vragen.

Voorwaarden

Wanneer de buitenlandse geliefde niet al over een (permanente) verblijfsvergunning in Nederland beschikt en het paar wil samenleven in Nederland, zal een vergunning tot verblijf bij echtgeno(o)t(e) of partner moeten worden aangevraagd. Voor verlening van die verblijfsvergunning moet aan voorwaarden worden voldaan. Zo dient de Nederlandse partner over een vaste baan met een inkomen boven het sociaal minimum voor echtparen te beschikken, moeten buitenlandse documenten worden gelegaliseerd en moeten de partners aantonen dat zij een serieuze relatie hebben. Voor veel nationaliteiten geldt de verplichting om vanuit het buitenland een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) aan te vragen. Ook wanneer de buitenlandse partner reeds in Nederland verblijft, kan in veel gevallen de MVV niet vanuit Nederland worden aangevraagd. Sinds begin jaren negentig van de vorige eeuw moet de partner als gevolg van het restrictiever wordend vreemdelingenbeleid aan steeds meer voorwaarden voldoen om een verblijfsvergunning te krijgen. Het is de vraag wat de gevolgen zijn van het restrictiever beleid voor het dagelijks leven van in Nederland wonende Nederlanders met een buitenlandse geliefde en of zij meer dan voorheen beperkt worden in hun mogelijkheden om hun gezinsleven in Nederland te leiden.

Opzet van het onderzoek 

Om inzicht te krijgen in de uitvoering van het vreemdelingenrecht werden 128 dossiers van Nederlandse mannen en Nederlandse vrouwen onderzocht bij vreemdelingendiensten en de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst). De onderzochte aanvragen werden ingediend in de periode 1995-1997. Daarnaast werden 30 gesprekken van vreemdelingendiensten met aanvragers geobserveerd, in de periode 1999-2001. Ten slotte werden 15 Nederlandse vrouwen met een buitenlandse partner en vijf buitenlandse mannen met een Nederlandse vrouw geïnterviewd. Het onderzoek was kwalitatief van aard en levert dan ook geen betrouwbare kwantitatieve gegevens.

Het onderzoek had betrekking op partners met een nationaliteit van buiten de Europese Unie. De nationaliteiten van de buitenlandse partners vallen uiteen in drie categorieën: westerse landen waarvoor geen visum of MVV-verplichting geldt, landen waarvoor behalve de MVV en visumplicht extra eisen gelden voor de legalisatie van buitenlandse documenten (Ghana, Nigeria, India, Pakistan en de Dominicaanse Republiek) en overige landen, die niet onder de eerste of tweede categorie vallen. Voor deze landen geldt een visum- en MVV-plicht en alleen de normale legalisatieprocedure. De partners uit de interviews hadden in totaal 14 verschillende nationaliteiten,  vallend in een van deze categorieën.

De interviews waren open en half gestructureerd. Voorop stond de beleving van de aanvragers. Met de interviews werd beoogd een zo gevarieerd mogelijk beeld van ervaringen met en meningen over het vreemdelingenrecht te geven.

Invloed beleid op gezinsleven

Nagegaan is welke invloed het vreemdelingenrecht uitoefent op het gezinsleven en het handelen van Nederlandse vrouwen met een buitenlandse partner en welke gevolgen het vreemdelingenrecht heeft voor de identiteit van beide partners.

Bij het aangaan van de relatie bepaalt het vreemdelingenrecht zowel het moment waarop de relatie wordt geformaliseerd, als de vorm van de relatie. Keuzes voor samenwonen of trouwen worden onder druk van het vreemdelingenrecht soms versneld gemaakt. Tegelijkertijd worden paren door het vreemdelingenrecht soms geruime tijd van elkaar gescheiden, vanwege de MVV die vanuit het buitenland moet worden aangevraagd.

Traditionele verhoudingen op z’n kop

Het vreemdelingenrecht bepaalt tevens de keuzes voor arbeid en zorg. Vanwege de voorwaarde dat voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning over arbeid en inkomen moet worden beschikt, moeten de Nederlandse vrouwen (gaan) werken. Dit betekent in sommige gevallen dat ze hun werkambities moeten bijstellen en beneden hun niveau gaan werken. Voor de buitenlandse partner is het soms gedurende langere tijd niet toegestaan om te werken waardoor hij financieel afhankelijk wordt van de Nederlandse partner en vaak een aanmerkelijk deel van de zorgtaken in het gezin op zich neemt.

Door het vreemdelingenrecht wordt de buitenlandse partner voor zijn verblijf in Nederland afhankelijk van de Nederlandse partner. Het vreemdelingenrecht zet aldus de traditionele man/vrouw-verhoudingen op zijn kop. Nederlandse vrouwen gaan op deze wijze als ‘poortwachters’ voor hun buitenlandse partners fungeren: zij bepalen zijn verblijf in Nederland. De meeste paren blijken zich van deze doorbreking van traditionele geslachtsverhoudingen bewust. Macht en afhankelijkheid zijn in de relatie onderwerpen van onderhandeling. Vrouwen zijn vooral bezig met de vraag hoe ze kunnen voorkomen dat ze de macht waarover ze beschikken ook gebruiken. Eén manier is het eventuele verbreken van de relatie niet of pas later bij de vreemdelingendienst te melden, zodat de verblijfsvergunning van de buitenlandse partner niet wordt ingetrokken.

Vreemdelingenrecht leidt tot vervreemding

Mensen zijn beperkt in hun keuze van identiteit en identificatie met een bepaalde groep. Identiteit wordt mede bepaald door de sociale context. Het vreemdelingenrecht bepaalt als onderdeel van die sociale context mede de identiteit van gemengde relaties, zowel het beeld dat hun sociale omgeving van hen heeft (hun externe identiteit) als hun zelfbeeld (interne identiteit).

Het bepalende beeld van gemengde relaties is het schijnhuwelijk. Wetgever, uitvoeringsinstanties, maar ook familie en vrienden gaan er vrij algemeen vanuit dat de buitenlandse man de Nederlandse vrouw slechts gebruikt om een verblijfsvergunning te verwerven. De perceptie van beide partners wijkt af van dit beeld. Beide partners zijn erop gericht om ondanks het vreemdelingenrecht zoveel mogelijk verblijfszekerheid en zelfstandigheid te verwerven. Daarbij gaat het ze tevens om het creëren van  een onafhankelijke en positieve, externe identiteit.

Voor veel Nederlandse partners houdt de aanraking met het vreemdelingenrecht een onverwachte ontmoeting in met de Nederlandse staat. Zij hebben zich het bestaan van het vreemdelingenrecht en de manieren waarop dit recht in het gezinsleven kan ingrijpen, nooit zo gerealiseerd. Rechten die zij als vanzelfsprekend beschouwden, zoals het recht om zelf de relatievorm te bepalen en het gezinsleven in Nederland te leiden, zijn door hun keuze voor een buitenlandse partner onzeker geworden en worden betwist. De vreemdelingenrechtelijke procedure, samen met andere ervaringen zoals discriminatie en cultuurverschillen, kunnen leiden tot een veranderde identiteitsbeleving, een herdefiniëring van de sociale positie en identiteit als Nederlandse. Dit kan vervolgens leiden tot een proces van ‘vervreemding’, waarbij ze zichzelf niet langer beschouwen als Nederlander zoals andere Nederlanders, maar als lid van een nieuwe sociale groep van ‘Nederlandse vrouwen met een buitenlandse partner’. Hiermee stellen hun verhalen de dichotomie ter discussie van een Nederlandse ‘wij’ die beschermd moeten worden tegen ‘zij’, die buiten de grenzen moeten worden gehouden.

De huwelijksmarkt is internationaal

De vraag kan worden gesteld waarom het vreemdelingenrecht op de bovengeschetste wijze in elkaar steekt. Door de overheid wordt het restrictieve beleid ten aanzien van gezinshereniging van Nederlanders vaak gemotiveerd met verwijzing naar schijnhuwelijken. Veel van deze relaties zouden schijnhuwelijken betreffen. Percentages variërend van 30 tot 80 procent worden genoemd. Onderzoeken van de vreemdelingendiensten van Rotterdam en Amsterdam komen echter tot niet meer dan respectievelijk zeven en twee procent schijnhuwelijken.

Gezinsmigratie wordt meer dan andere vormen van migratie als onstuurbaar en onbeïnvloedbaar gezien. Tegelijkertijd wordt gezinsmigratie nog altijd beschouwd als een soort ‘naijleffect’ van arbeidsmigratie en een gevolg van gebrekkige integratie van migranten in Nederland. Er wordt gehoopt op een toekomst waarin gezinsmigratie steeds minder voor zal komen. Met het doel gezinsmigratie zoveel mogelijk te beperken is een reeks van restrictieve maatregelen genomen.

Maar meer restrictieve maatregelen leiden niet noodzakelijk tot minder gezinsmigratie. De gedachte dat restrictieve maatregelen in het vreemdelingenrecht de gezinsmigratie met buitenlandse partners zullen verhinderen of beperken, getuigt van een gebrek aan inzicht in processen van partnerkeuze en relatievorming. De relatiemarkt is internationaal. Relaties en migratie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Gezinsmigratie is niet tegen te gaan - nog los van de vraag of dat wenselijk is. Restrictieve maatregelen, zoals de in het regeerakkoord aangekondigde verhoging van de inkomenseis, zullen slechts leiden tot uitstel, of verwoede pogingen van mensen om aan de inkomenseis te voldoen, zoals werken onder het niveau of stoppen met de opleiding om te gaan werken. En tot meer ‘vervreemding’.
Een andere benadering zou zijn gemengde relaties niet langer te problematiseren, maar als logisch gevolg van de internationale samenleving te aanvaarden. Dat betekent dat mensen hun partner op de internationale relatiemarkt kunnen kiezen.

LITERATUUR

  • Bedem, R.F.A. van den (1994), ‘Volgmigratie en partnerkeuze als vormen van ‘onstuurbare’ immigratie’, Justitiële verkenningen (20)3, pp. 46-58.
  • Bureau Verblijfsregelingen Rotterdam (1992), Zakelijke schijn of schijnbare zakelijkheid, Rotterdam: Vreemdelingendienst.
  • Naborn, E. (1992), Gezinshereniging: de overkomst van gezinsleden van migranten en Nederlanders. Den Haag: WODC.
  • Regionaal Interdisciplinair Fraudeteam Amsterdam (2000), Eindrapport Cupido, project Schijnrelaties, Amsterdam: RIF.

Mr. B. de Hart, Centrum voor Migratierecht, Katholieke Universiteit Nijmegen


terug naar : INHOUD | REACTIES : demos@nidi.nl


Organization Netherlands Interdisciplinary Demographic Institute

P.O. Box 11650
2502 AR The Hague
The Netherlands

E-mail: info@nidi.nl
NIDI

========

Comments to: webmaster@nidi.nl

Copyright © 2003, NIDI, Netherlands Interdisciplinary Demographic Institute.
Last revision: 6 October 2003.