| Een uitgave van de Stichting |
|
|
Februari 1997
BULLETIN over Bevolking en Samenleving terug naar INHOUD ![]() REACTIES demos@nidi.nl |
Kinderen van gescheiden oudersARIE DE GRAAF Het aantal jongeren dat bij een echtscheiding is betrokken is de afgelopen dertig jaar sterk gestegen. Reden om na te gaan welke consequenties echtscheiding van de ouders voor hun kind(eren) kan hebben. Er blijken onder meer gevolgen te zijn met betrekking tot hun onderwijsniveau en tot hun kijk op relatievorming. Vooral jongens zijn gevoelig voor echtscheiding. De leeftijd van het kind bij echtscheiding lijkt van invloed op de hoogte van het onderwijsniveau. Eenmaal volwassen geworden, kijken kinderen van gescheiden ouders anders tegen relatievorming aan dan mensen die zijn opgegroeid in een 'traditioneel' gezin. Bovendien beëindigen relatief meer van hen hun relatie dan personen die zijn opgegroeid in een tweeoudergezin. De afgelopen dertig jaar is de relatievorming in Nederland aan grote veranderingen onderhevig geweest. Eenpersoonshuishoudens, eenoudergezinnen en ongehuwd samenwonenden hebben zich in onze samenleving een vaste plaats verworven naast het traditionele gezin. In 1993 telde ons land 320 duizend eenoudergezinnen, dertien procent van alle gezinnen met kinderen. In het begin van de jaren tachtig was dat nog acht procent. Ongeveer de helft van de eenoudergezinnen van nu is ontstaan door echtscheidingen, die de afgelopen decennia sterk in aantal zijn toegenomen. Deze stijging hing samen met maatschappelijke ontwikkelingen als emancipatie en secularisatie. Door het gestegen opleidingsniveau van vrouwen en hun participatie op de arbeidsmarkt is de economische aantrekkelijkheid van het huwelijk sterk verminderd. De economische zelfstandigheid van vrouwen heeft geleid tot erosie van het instituut 'huwelijk' en verlaging van de drempel om tot echtscheiding over te gaan. Daarnaast heeft de verzorgingsstaat het uit elkaar gaan gemakkelijker gemaakt. Het huwelijk is heden ten dage meer gericht op immateriële aspecten zoals wederzijdse trouw en liefde en respect voor elkaar. Echtscheiding wordt tegenwoordig door grote delen van de bevolking geaccepteerd. Wanneer er kinderen in het geding zijn is men echter minder tolerant. Velen zijn van mening dat juist de kinderen het slachtoffer zijn van echtscheiding. Het aantal jongeren onder de 21 jaar dat, doordat hun ouders scheidden, werd geconfronteerd met een overgang van een tweeoudergezin naar een eenoudergezin is, zoals blijkt uit de figuur , flink toegenomen: van 39 duizend in de periode 1960-1964 tot 158 duizend in de periode 1985-1989. De laatste tijd maken per jaar rond de 25 duizend kinderen van onder de achttien een echtscheiding van hun ouders mee. Omdat de nieuwe gezinssituatie meestal enige jaren blijft bestaan, is het totaal aantal kinderen dat in een bepaald jaar in een eenoudergezin leeft dus beduidend hoger. In 1993 woonden 268 duizend kinderen bij een gescheiden ouder. Van de kinderen van gescheiden ouders blijft vijftien procent bij de vader wonen, 80 procent blijft bij de moeder en vijf procent gaat ergens anders wonen, bijvoorbeeld in een pleeggezin of in een kindertehuis. Van vier op de tien bij één van de gescheiden ouders thuiswonende kinderen ging die vader of moeder na enige tijd hertrouwen of samenwonen. Dit gebeurde gemiddeld 4,5 jaar na de echtscheiding. Uit het Onderzoek Gezinsvorming 1993 (OG'93) van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat het hoogst behaalde onderwijsniveau van mensen die in het ouderlijk gezin een echtscheiding hebben meegemaakt gemiddeld significant lager is dan dat van mensen uit tweeoudergezinnen. Zoals uit tabel 1 blijkt heeft 36 procent van de 18 tot 42 jarigen wier ouders scheidden toen ze nog een kind waren en 29 procent van de mensen in dezelfde leeftijdsgroep afkomstig uit een tweeoudergezin een 'laag' onderwijsniveau. Het verschil in opleidingsniveau, gemeten op basis van het aantal scholingsjaren, hoeft uiteraard niet alleen veroorzaakt te zijn door de echtscheiding van de ouders. In dit onderzoek is gecorrigeerd voor enkele andere kenmerken die mede van invloed kunnen zijn op het onderwijsniveau van het kind. Dat zijn het hoogste opleidingsniveau van vader of moeder, de grootte van het gezin waarin het kind opgroeide, inwonertal van de woonplaats waarin de jeugd werd doorgebracht, de frequentie van het kerkbezoek van de moeder en het geboortejaar van het kind. Ook na deze correctie blijft het effect van echtscheiding van de ouders op het behaalde onderwijsniveau van hun kinderen aanwezig. Er is daarbij verschil tussen jongens en meisjes. Jongens met gescheiden ouders volgen gemiddeld een halfjaar minder onderwijs dan jongens uit een tweeoudergezin. Voor meisjes is het verschil kleiner. Daarnaast blijkt de leeftijd van het kind op het moment van de echtscheiding een factor van belang. De leeftijd waarop kinderen een echtscheiding van hun ouders meemaken heeft invloed op de mate waarin dat effect heeft op hun latere maximale onderwijsniveau. Voor kinderen van 13 jaar of ouder, pubers dus, zijn de gevolgen wat dat betreft groter dan voor jongere kinderen, zoals blijkt uit tabel 2. Bij die laatste groep zijn er nauwelijks gevolgen voor het later te behalen onderwijsniveau. Het genoemde verschil is alleen aanwijsbaar als het gaat om 'laag' en 'middelbaar' onderwijsniveau. Trouwen en samenwonen Jongeren die een echtscheiding van de ouders hebben meegemaakt gaan eerder uit huis dan jongeren die een dergelijke ervaring niet hebben gehad. In gezinnen met één ouder als gevolg van echtscheiding gaan bijna vier van de tien jongens en zes van de tien meisjes vóór hun eenentwintigste verjaardag het huis uit. In tweeoudergezinnen verlaten drie van de tien jongens en vijf van de tien meisjes voor hun eenentwintigste het ouderlijk huis. Bovendien wordt door jongeren uit de bedoelde eenoudergezinnen trouwen of samenwonen minder vaak als reden opgegeven om uit huis te gaan. Wie als kind een echtscheiding heeft meegemaakt, is blijkbaar minder geneigd om snel een vaste verbintenis aan te gaan. Verder hebben ze als ze gehuwd zijn (geweest) vaker vóór het huwelijk samengewoond (van de mannen ruim 60 en van de vrouwen 70 procent) dan mensen die opgroeiden in een tweeoudergezin (van zowel de mannen als de vrouwen ruim 40 procent). Ook dit wijst in de richting van een grotere aarzeling bij het aangaan van een vaste verbintenis. Uit onderzoek onder Amerikaanse vrouwen tussen de 15 en 44 jaar is gebleken dat vrouwen die opgroeiden in een door echtscheiding ontstaan eenoudergezin een grotere kans hebben om zelf te scheiden dan vrouwen uit tweeoudergezinnen. Nederlands onderzoek bevestigt die gevolgen voor relatievorming op latere leeftijd. Zo blijkt uit tabel 3 dat zowel bij gehuwde als bij ongehuwd samenwonende mannen en vrouwen uit deze categorie de kans om uit elkaar te gaan anderhalf keer zo groot is als voor mensen die opgroeiden in een tweeoudergezin. Van de mannen die thuis een echtscheiding van de ouders hebben meegemaakt is 16 procent gescheiden, van de mannen uit tweeoudergezinnen 10 procent. Voor vrouwen gaat het om respectievelijk 20 en 12 procent. Zij hebben dus binnen beide categorieën een iets grotere kans om uit elkaar te gaan. Sceptisch tegenover aangaan relaties Volwassenen die als kind hebben meegemaakt dat hun ouders scheidden hebben andere opvattingen ten aanzien van relaties, huwelijk en gezin dan zij die dat niet hebben beleefd. De eerste groep staat sceptischer tegenover het aangaan van relaties. Verder noemen zij vaker 'van het leven genieten' en niet 'een gelukkig gezinsleven' als belangrijk doel in het leven. Vooral bij mannen is dit verschil opvallend. Vergeleken met mannen die zijn opgegroeid in een tweeoudergezin onderschrijven twee keer zoveel mannen die een echtscheiding van de ouders hebben meegemaakt een stelling als 'alleen wonen heeft meer voordelen dan nadelen'. Ook vinden meer mannen met gescheiden ouders dat het vinden van een geschikte partner om mee te gaan samenwonen of te trouwen niet gemakkelijk is. Bron: Dit artikel is een bewerking van de doctoraalscriptie 'Kinderen van gescheiden ouders: een onderzoek naar opleiding en demografisch gedrag', A. de Graaf, Faculteit Sociale Wetenschappen, Erasmus Universiteit Rotterdam, 1996. Drs A. de Graaf, Sector Bevolking, Centraal Bureau voor de Statistiek Tabel 1. Personen van 18-42 jaar naar onderwijsniveau [terug naar tekst]
Bron: CBS, Onderzoek Gezinsvorming 1993 Tabel 2. Personen van 18-42 jaar die thuis een echtscheiding hebben meegemaakt naar onderwijsniveau [terug naar tekst]
Tabel 3. Personen van 18-42 jaar die ooit na eerste samenwoning (gehuwd en ongehuwd) uit elkaar gingen resp. ooit zijn gescheiden [terug naar tekst]
2) Gestandaardiseerd naar huwelijksduur: mannen 18% en vrouwen 25% Bron: CBS, Onderzoek Gezinsvorming 1993 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Netherlands Interdisciplinary Demographic Institute
P.O. Box 11650 E-mail: info@nidi.nl |
|
Comments to: webmaster@nidi.nl
Copyright © 1997. NIDI, Netherlands Interdisciplinary Demographic Institute.
Last revision: February 24, 1997.