KNAW

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

De eerste NIDI-RUG Policy briefings in Demografie en beleid

Langer leven, langer werken?

Pagina-navigatie:
Datum 13 mei 2014 van 15:00 tot 18:00 uur
Locatie NIDI en RUG, Lange Houtstraat 19, Den Haag
Voeg toe iCal vCal

In deze bijeenkomst voor genodigden hebben vooraanstaande demografen, sociologen en medici de voornaamste bevindingen en dilemma’s op het terrein van ‘Langer leven, langer werken?’ op een rijtje gezet. Voorts zijn de belangrijkste beleidsvragen voor de toekomst in een discussie behandeld.

NIDI-RUG Policy briefings in Demografie en beleid: ‘Langer leven, langer werken?’

Dagvoorzitter: Joop Schippers (UU)

Programma:

15.00: Ontvangst met koffie en thee
15.30: Introductie door Leo van Wissen (NIDI) en Inge Hutter (RUG)
 
15.40: Joop de Beer (NIDI) Langer leven [pdf]
15.55: Kène Henkens (NIDI) Werken op hoge leeftijd [pdf]
16.10: Jac van der Klink (UMCG) Gezondheid en werk [pdf]
16.25: Erik Buskens (UMCG-RUG) Gezondheidsverschillen [pdf]
 
16.40: Discussie
17.30: Borrel

Langer leven is een van de grootste verworvenheden van onze samenleving, maar tegelijkertijd ook een van de grootste uitdagingen voor de houdbaarheid van ons zorg- en pensioenstelsel. De levensverwachting neemt met drie maanden per jaar toe. Op dit moment ligt de levensverwachting bij geboorte rond de 80 jaar. De verwachting is dat de sterftecijfers in de toekomst blijven dalen, waardoor het bereiken van een leeftijd van 90 jaar of ouder voor jonge generaties eerder regel dan uitzondering wordt. En voor de allerjongste generaties wordt het vieren van de 100ste verjaardag geen bijzondere gebeurtenis meer. Niet alleen de totale levensduur neemt toe, maar ook het aantal gezonde jaren. Op dit moment heeft iemand van 65 jaar naar verwachting nog 20 jaar te leven, waarvan een kleine 14 jaar zonder lichamelijke beperkingen. Met het toenemen van de gezonde levensduur kunnen ouderen langer actief blijven. Niet alleen omdat ze later met pensioen gaan, maar ook omdat ze na pensionering actief blijven. Maar dit zijn gemiddelden. Een levensduur van 80 of 90 jaar is niet voor iedereen weggelegd. De levensverwachting van iemand van 65 jaar met een laag opleidingsniveau is vier jaar lager dan van een hoogopgeleide. En het verschil in gezonde levensverwachting is nog groter: zes jaar.

Dit stelt onderzoekers en beleidsmakers voor twee belangrijke beleidsvragen. De eerste is of voor iedereen dezelfde pensioenleeftijd moet gelden, of dat we naar een stelsel van een flex-pensioenen toe moeten? Voor hogeropgeleiden is het vaak geen probleem om later met pensioen te gaan en ook daarna actief te blijven. Voor mensen met een lage opleiding is het de vraag of ze in gezondheid hun pensioenleeftijd halen en al helemaal of ze na pensionering nog van veel gezonde jaren kunnen genieten. De tweede vraag is dan ook: kunnen gezondheidsverschillen worden verkleind? Ondanks de medische vooruitgang die heeft bijgedragen aan de toename van de gemiddelde levensduur en de betere gezondheid zijn de sociale verschillen in levensduur en gezondheid hardnekkig. Een belangrijke oorzaak zijn verschillen in gedrag. Van de mensen met alleen basisonderwijs rookt 30 procent tegen 17 procent van de mensen met een universitaire opleiding. En van de mensen met een laag opleidingsniveau heeft 20 procent ernstig overgewicht tegen 5 procent van de hoogopgeleiden. Wat is de rol van de overheid in het verkleinen van deze verschillen? Of is dat de eigen verantwoordelijkheid van de burger? Deze vragen stonden centraal in de discussie van deze middag.

 

Meer informatie over het programma vindt u hier: NIDI-RUG Policy briefings in Demografie en beleid - Langer leven: langer werken?



Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken